logo_Ede

Gebruikerswaardering: 0 / 5

Ster inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactief
 
huzaren

 

Bovenstaande foto's tonen v.l.n.r. de huzaren korporaal P.Ch. Bonkerk, kornet C.E. graaf van Limburg Stirum en huzaar J.G. Dijkers. Zij zijn op 10 mei 1940 gevallen bij de herberg Zuid-Ginkel (nu: Juffrouw Tok), ten oosten van Ede aan de N224. Zij waren de eerste slachtoffers van Duits militair geweld in de Tweede Wereldoorlog op het grondgebied van de gemeente Ede.

In de voorgevel van het pand bevond zich een gedenksteen voor deze militairen van het 3e en 4e Regiment Huzaren. Dit is het verhaal achter die gedenksteen.

Op 10 mei 1940, toen de Duitsers ons land binnenvielen, werd de Veluwe verdedigd door het 4e Regiment Huzaren. Hun oorlogsopdracht ”luidde: “het vertragen van, en het verstrekken van inlichtingen over, de vijand in het vak van IIe Legerkorps (II L.K.) vanaf het Apeldoorn-Dieren's kanaal tot de voorposten van de Grebbelinie; daarna legerkorpsreserve. 4 R.H. zal geen ernstige gevechten met een overmachtige vijand aangaan, doch voeling houdende met de vijand vertraging veroorzaken door het uitvoeren van voorbereide vernielingen, teneinde zo veel mogelijk intact als legerkorpsreserve binnen de stelling te komen".

Het regiment was gelegerd in Ede. Het bestond uit de eskadrons 1 en 2 bereden (ruiters) en de eskadrons 3 t/m 6 wielrijders. Verder had het regiment als gemotoriseerde onderdelen een mitrailleur-eskadron, een eskadron modern 4.7 cm pantserafweergeschut (pag), een sectie mortieren van 8 cm. en de sectie verouderde pantserwagens (Korps Rijdende Artillerie)). Hier werd het 3e en 4e peloton van het 2e eskadron pantserwagens aan toegevoegd. Omdat 4 R.H. het derder eskadron (3-4 R.H.) moest afstaan aan Brigade B, werd ter compensatie het tweede eskadron van het derde Regiment Huzaren (2-3 R.H.) onder commando van 4 R.H. gesteld.

De huzaren Bonkerk en Dijkers behoorden tot dit 2e eskadron van het 3e Regiment Huzaren, hun commandant kornet van Limburg Stirum van 4 R.H. was toegevoegd aan Commandogroep van de Eskadronscommandant van 2-3 R.H.

De bronnen

Wapenrok

Voorzijde "Ede in Wapenrok"
ISBN 90-70150--638

Het boek “Ede in Wapenrok” van E. van de Weerd en Gerjan Crebolder geldt als het standaardwerk over de militaire geschiedenis van Ede. Hierin lezen we over deze gebeurtenis:

“Om twaalf uur kreeg het eskadron opdracht om naar De Langenberg terug te keren en posities in te nemen bij kilometerpaal 9. Onder achterlating van een gemotoriseerde officierspatrouille nabij werd de verplaatsing over een afstand van 10 kilometer uitgevoerd. Omstreeks 15.00 uur meldde de ordonnans van deze patrouille dat deze zich onder druk van de vijand had teruggetrokken op een positie bij café “Zuid Ginkel”. Na 18.00 uur kwam dezelfde ordonnans, nu als boer vermomd, met het bericht dat de patrouille was overvallen en dat de drie huzaren door middel van schoten in het hoofd waren gedood”.

Op de website www.grebbeberg.nl is een verslag te vinden van Ritmeester van der Voort van Zijp, Commandant van het 2e Eskadron van het 3e Regiment Huzaren. Dit Eskadron was onder commando gesteld van de Commandant van het 4e Regiment Huzaren. Op 10 mei 1940 bevond de commandopost van het regiment zich in café De Langenberg, aan de oostrand van Ede, vlakbij de N224, de “Kunstweg Ede-Arnhem “

Voornoemd verslag, het “Gevechtsbericht van het gevecht op den 10 Mei 1940” beschrijft de activiteiten van het 2e Eskadron op de eerste oorlogsdag. Het 1e bevel hield in dat er opstellingen ingenomen moesten worden ten oosten van Ede, ter hoogte van kilometerpaal 19.6 op de kunstweg Ede-Arnhem.

Op 10 mei om 11.40 kwam het 2e bevel. Het eskadron diende langzamerhand terug te vallen naar Ede, omdat het meest zuidelijke eskadron, het 5e , dat onder commando stond Kapitein Nijhoff, onder druk van de vijand terug moest.
Dat het 5e eskadron moest wijken was niet zo vreemd, het zwaartepunt van de opmars van de Duitsers liep langs de zuidrand van de Veluwe, en was gericht op de zwakste plek van de Grebbelinie, de Grebbeberg bij Rhenen. De Duitse voorhoede werd gevormd door de SS-Standarte “Der Führer”, een sterke, goed bewapende en volledig gemotoriseerde eenheid.

Terwijl het 2e eskadron van Ritmeester van der Voort van Zijp zich gereed maakte om terug te vallen richting Ede kwam, om 11.50 (tien minuten na het vorige) het 3e bevel. Dit luidde: “Indien geen druk van de vijand kunt gij de stelling handhaven”. Omdat het bij het eskadron aanwezige “Stuk 4.7” (pantserafweergeschut) reeds uit de stelling vertrokken was, heeft de Ritmeester rond 12.30 bericht gezonden aan de Commandant van het 4e Regiment dat het eskadron toch terugging naar De Langenberg, onder achterlating van een patrouille op de kunstweg, bij kilometerpaal 19.

Aansluitend kwam het 4e bevel. Het eskadron diende een stelling in te nemen bij kilometerpaal 7.4, even ten westen van Ede, op de kunstweg de Klomp-Ede.

Met een 5e bevel werd de terugtocht naar Leersum bevolen, en met het 6e bevel: “Leger uw eskadron in het boschterrein”, kwam er een eind aan de eerste oorlogsdag van het 2e Eskadron van het 3e Regiment Huzaren.

Over de patrouille die bij kilometerpaal 19 was achtergelaten, valt in het gevechtsbericht te lezen: “Te pl.m. 18.30 bericht van patrouille op kunstweg Ede-Arnhem; patrouille beschoten bij Ginkel en buiten gevecht gesteld”.

De site www.grebbeberg.nl bevat ook een “Samenvatting van het optreden van het 4e Regiment Huzaren” van de hand van de Reserve-Luitenant-Kolonel b.d. Rens. Daarin staat:

br_kruis

Bronzen Kruis

Het onder bevel gestelde 2-3 R.H., gecommandeerd door ritmeester A.D.C. van der Voort van Zijp, bracht op de ochtend van 10 mei versperringen aan op de weg van Arnhem naar Ede en viel daarna omstreeks 12.30 uur terug op de bevolen opstelling tussen Ede en De Klomp. Een gemotoriseerde patrouille, bestaande uit kornet C.E. graaf van Limburg Stirum van 4 R.H., die bij het eskadron was gedetacheerd, korporaal P.Ch. Bonkerk en huzaar J.G. Dijkers bleef achter nabij restaurant De Ginkel. De patrouille raakte in de namiddag in gevecht met de voorhoede van de Duitse 207e Infanterie Divisie en de drie deelnemers sneuvelden daarbij. Kornet Van Limburg Stirum is postuum onderscheiden met het Bronzen Kruis.”

Een derde bron op genoemde site is een uittreksel uit het dagboek van de Ritmeester Van der Voort van Zijp. Hij schrijft:

Aangezien de voorgenomen vernielingen met landmijnen in het vak SCHWEIZERHÖHE tot voorbij den spoorlijn bij paal 86, alsmede die door den zaagploeg der Genie bij de objecten 41 en 43 niet waren uitgevoerd, en alle afweer tegen pantserwagens ontbrak, was standhouden over een frontbreedte van pl.m. 3 kilometer een onuitvoerbare opdracht en mede in verband met den opdracht eerder ontvangen, liet ik onder achterlating van een patrouille het Eskadron teruggaan met opdracht aan te sluiten bij 4 R.H. bij LANGENBERG; dit was te 12.30 uur.
Te pl.m. 15.00 uur werd een achterhoedestelling ingenomen nabij kilometerpaal 7,4 op den kunstweg EDE / DE KLOMP.
Van de patrouille welke onder leiding van kornet VAN LIMBURG STIRUM stond werd bericht ontvangen, dat zij onder druk van den vijand teruggegaan waren naar kilometerpaal 12 kunstweg EDE / ARNHEM.
Helaas is dit het laatste bericht van deze patrouille geweest.
Te pl.m. 18.30 uur bracht een der manschappen, als boer vermomd de treurige tijding, dat de patrouille overvallen en beschoten was. Korporaal BONKERK en dienstplichtige DIJKERS zouden gesneuveld zijn, omtrent den kornet vreesde hij hetzelfde, doch had hij hem niet zien liggen. Tevens gingen hierbij een lichte mitrailleur, alsmede 2 motorrijwielen verloren".

Als vierde bron vinden we op genoemde site het verslag van reserve-eerste luitenant A.B.H. Vlielander, Hij was pelotonscommandant bij 2-3 R.H. en doet op verzoek van de Luitenant-Kolonel Nierstrasz van de Generale Staf verslag van hetgeen hij met zijn peloton beleef heeft in de oorlogsdagen van 10-15 mei 1940. HIj schrijft o.m.:

Om ongeveer kwart voor twaalf bericht ontvangen, klaar maken voor vertrek; het eskadron moest terug gaan in de richting Langenberg.
Een patrouille onder bevel van den kornet Van Limburg Stirum bleef achter, bereden op motorrijwielen met twee huzaren van mijn peloton, Dijkers en Bonkerk, en een lichte mitrailleur.
's-Avonds ontvingen wij bericht, dat alle drie gesneuveld waren. Slechts de ook bij hun ingedeelde motorordonnans ontkwam.

Alle tot nu toe geciteerde bronnen stemmen grotendeels met elkaar overeen, al zijn er ook verschillen te constateren. Verschillen die soms groot zijn. Met name opvallend is dat van de Weerd schrijft dat de drie gesneuvelde huzaren door schoten in het hoofd gedood zijn.

Er is nóg een bron beschikbaar. Dat is het boek “De Nederlandse Cavalerie in de Meidagen van 1940”, geschreven door Luitenant-Kolonel b.d. Brongers. Hierin lezen we over het 2e Eskadron:

“…..Om 11.40 werd er een terugtrekkingsbevel ontvangen, daar men na het gevecht te Oosterbeek te ver naar voren geïsoleerd kwam te liggen. Een aantal huzaren was al op de terugweg toen de regimentscommandant liet weten dat men kon blijven zitten indien er geen druk van de vijand was. Het ingedeelde stuk pantserafweergeschut kon echter niet meer worden achterhaald. Na nog enige tijd te zijn gebleven besloot de eskadronscommandant om 12.30 terug te trekken. Hij overwoog dat standhouden over de bevolen frontbreedte onmogelijk was geworden nu alle afweer tegen pantserwagens ontbrak. Bovendien waren door het niet verschijnen van het hiervoor aangewezen geniepersoneel een aantal versperringen niet gesteld. Om bij het terugtrekken niet te worden verrast liet hij een patrouille achter onder leiding van kornet C.E. graaf van Limburg Stirum. Ongelukkigerwijze kwamen deze mensen al spoedig tegenover een sterke, met pantserwagens versterkte vijand te staan. De kornet zond nog bericht dat hij onder Duitse druk was teruggeweken, maar in een daarop volgende overval werd de patrouille uit elkaar geslagen. Toen de bediening van de lichte mitrailleur daarbij buiten gevecht werd gesteld ging de kornet zelf achter het wapen liggen. Kort daarop ontving hij een dodelijk schot. Behalve hij sneuvelde nog een korporaal en een huzaar. Het eskadron zelf is echter ontkomen. Eén van de mannen uit de patrouille heeft later – als boer vermomd – zijn onderdeel weer bereikt en het onfortuinlijke einde van de groep kunnen melden.

Het verhaal van Brongers is sterk afwijkend van de andere verhalen. Opvallend is dat Brongers schrijft dat de achtergelaten patrouillle al spoedig tegenover een sterke, met pantserwagens versterkte vijand kwam te staan. Dit wordt door geen enkele bron bevestigd.

Het verhaal van mevrouw Kramer

In het kader van een onderzoek naar een werkkamp dat nabij de herberg Zuid Ginkel heeft gestaan kreeg ik contact met mevrouw Kramer-van Beek. De familie Kramer exploiteerde in het verleden de herberg Zuid-Ginkel, ook al in 1940. Mevrouw Kramer vertelde mij een boeiend verhaal, waarin ook de huzaren van de gevelsteen voorkwamen. Haar verhaal bevatte een aantal tot nu toe onbekende feiten.

De heer Kramer Sr. had, zo vertelde mevrouw Kramer mij, Zuid-Ginkel ooit gekocht van baron van Wassenaer (Hoekelum). De oorspronkelijke functie als boerderij was vrijwel verdwenen, al was het achterhuis nog wel intact, met deel en daarboven gelegen hooizolder, en links en rechts van de deel de stallen met daarboven de hilt. Zo'n hilt lag, door de kapconstructie, lager dan de hooizolder, en was van een gesloten vloer voorzien. Zo kon hooi van de hooizolder op de hilt gegooid worden, en van daar in de voergoot vóór de koeien, tussen stal en deel.

Zuid-Ginkel was voor Kramer Sr. vooral van belang om de horeca-functie. Want Zuid Ginkel was een druk bezochte herberg annex pension, waar hij toekomst in zag. Hij begon dan ook meteen met een verbouwing van het voorhuis. Helemaal afscheid van het boerenbedrijf werd nog niet genomen, er werden wat koeien aangehouden, en in de aan de overzijde van de N224 gelegen schaapskooi huisde een kudde schapen. Ook werden er wat varkens en kippen gehouden.

Voor de herberg annex pension had Kramer Sr. personeel in dienst. De familie van Beek woonde in Otterlo, en een dochter uit dat gezin was in dienst bij Kramer Sr. Zij had het daar goed naar haar zin. Haar jongere zuster, de mevrouw Kramer met wie ik sprak, had na de lagere school graag doorgeleerd, maar daar was geen kans op (een veel gehoorde verzuchting). Maar zij kon wel, in 1941, haar zuster opvolgen op Zuid-Ginkel.

Nou had Kramer Sr. ook twee zonen. En zoals wel vaker, Amor schoot raak. De moeder van toen nog het meisje van Beek vond (naar de toen heersende mores) dat zij haar dienstbetrekking daarom diende op te zeggen. Echter, de echtgenote van Kramer Sr, die gezien had wat voor vlees er in de kuip zat, vond dat er maar getrouwd moest worden. Vrouwenogen kijken scherp, en zij zag kennelijk dat er sprake was van een goed koppel, persoonlijk maar ook zakelijk. Want Jan Kramer Jr zou Zuid-Ginkel moeten overnemen en daar hoorde een geschikte vrouw bij. Iemand die zich thuis voelde in de horeca. Het verliefde stel bleef onder één dak wonen, en in 1947 is het meisje van Beek getrouwd, en ging mevrouw Kramer-van Beek heten.

De verleiding is groot om meer over haar belevenissen op Zuid-Ginkel te vertellen, en dat zal ook zeker nog wel eens gebeuren, maar dan in een ander verhaal. Nu keren we terug naar de gevelsteen, en de daaraan verbonden gebeurtenissen.

Toen Evert van de Weerd zijn boek schreef, moest hij zijn gegevens uit archieven opdiepen. Dat was in die dagen een vaak moeizame zaak, en zulk onderzoek was in elk geval zeer tijdrovend. Een voordeel was dat er sprake was van militaire activiteiten, en de militaire archieven zijn zeer uitgebreid. Oorlogvoeren is ook veel schrijfwerk, en dat is in archieven terug te vinden. Tegenwoordig is, dank zij het Internet, veel archiefmateriaal eenvoudig toegankelijk.

Evert van de Weerd beschreef de gebeurtenissen accuraat. Maar wat er precies gebeurd is was tot nu toe onbekend. Hoe kon het dat drie leden van de patrouille omkwamen, terwijl de ordonnans kans had gezien zich als boer te verkleden en naar Ede te ontkomen? En is het niet vreemd dat de drie dode huzaren alle drie door het hoofd geschoten zijn? Dat wijst op gebruik van een pistool, van dichtbij afgevuurd.

Mevrouw Kramer kwam pas in 1941 op Zuid-Ginkel werken. Maar was daar, via haar zuster, al eerder regelmatig. En zij had de gebeurtenissen van 10 mei 1940, die een diepe indruk op haar hadden gemaakt, nog helder voor de geest. Zij vertelde mij:

“Mijn (toen nog aanstaande) schoonvader was op de fiets naar het dorp (Ede) gegaan. Op het politiebureau had hij gevraagd of de Duitsers al over de grens waren. Daar was, volgens zeggen, geen sprake van. Echter, op de terugweg mocht hij, bij de Langenberg, van de Nederlandse militairen niet meer verder. Hij is toen over Kreel en Hindekamp naar huis gegaan".

“De Langenberg” was de commandopost van het 4e regiment Huzaren, aan de oostrand van Ede, en lag praktisch aan de N224, de "kunstweg van Ede naar Arnhem".. De route via Kreel en Hindekamp liep via de Kreelscheweg, een heel oude weg door het Edese Bos en over de hei. Een relatief korte omweg, min of meer parallel aan de N224.

De vier huzaren zaten op de bovenverdieping van Zuid-Ginkel op de uitkijk. Zij bewaakten de N224. Plotseling kwam een gemotoriseerde Duitse patrouille door het bos linksachter de schapenwei ten oosten van de schaapskooi. Deze uit meerdere “Kradschützen” bestaande groep reed achterlangs de schapenweide naar de Wijdeveldseweg, om zo de Zuid Ginkel te benaderen.

Mevrouw Kramer vertelde: "In Zuid Ginkel waren meerdere trappen aanwezig. De bevelvoerende kornet ging via de trap naar de hal door de voordeur naar buiten, en is daar door het hoofd geschoten, Twee overige leden van de patrouille zijn via een andere trap in het voorhuis aan de zijkant van het pand naar buiten gegaan, en ook door het hoofd geschoten. De ordonnans was de trap naar de deel in het achterhuis afgegaan, en werd opgevangen door Kramer Jr, die hem op de hilt, onder een beetje hooi, wist te verstoppen. De Duitsers hebben het pand doorzocht, maar de ordonnans niet gevonden.

De Nederlandse artillerie legde op dat moment vanaf de Grebbeberg vuur op de Ginkel, waarop de Duitsers zich met gezwinde spoed over de N224 terugtrokken. Even later kwam Kramer Sr. thuis, en hij heeft de door de Duitsers niet onder het hooi gevonden ordonnans een overall en een fiets gegeven. En zo kon deze, als boer vermomd, verslag op De Langeberg gaan uitbrengen”.

Tot zover het verhaal van mevrouw Kramer.

De Duitse patrouille was een verkenningseenheid, om precies te zijn (met dank aan Evert van de Weerd), de 15. (Kraderkundigungszug) Motor-Kompanie van het SS.regiment “Der Führer”.  Zij waren de voorhoede van het Duitse leger.

Het artillerievuur waarover mevrouw Kramer sprak vinden wij eveneens terug op de site www.grebbeberg.nl: Kilometerpaal 13 is voorbij herberg Zuid-Ginkel, het vuur lag op de bosrand langs de Ginkelse Hei.Ten gevolge van de artilleriebeschieting trok de SS-patrouille zich met gezwinde spoed, via de N224, terug. Daarbij zijn kennelijk de motoren en de lichte mitrailleur meegenomen, want die worden als verloren gegaan gemeld.

De ordonnans die als boer verkleed wist te ontkomen is, zo vertelde mevrouw Kramer, later nog wel terug geweest op Zuid-Ginkel. Zijn naam was haar ontschoten. In het archief van de familie van Limburg Stirum is de naam van de ordonnans teruggevonden. Hij heette Kuperus.

De kornet graaf van Limburg Stirum is begraven in een familiegraf op de Oude Begraafplaats in Zutphen. Korporaal Bonkerk en huzaar Dijkers liggen op de Algemene Begraafplaats in Ede, in graven die onder beheer zijn van de Oorlogsgravenstichting. Opmerkelijk is dat beide stenen spreken van 2-2 R.H., het 2e eskadron van het 2e Regiment Huzaren. Zij maakten echter deel uit van 2-3 R.H., het 2e eskadron van het 3e Regiment. Hierover verderop meer.

Uit een brief van de familie Bonkerk aan de moeder van de kornet (die zich in het familiearchief bevindt) blijkt dat de begrafenis van Bonkerk betaald is door de familie van Limburg Stirum. Ook de gedenksteen van Zuid-Ginkel is in opdracht van de moeder van de kornet geplaatst. Niet bekend is wanneer dit het geval is geweest, doch vermoedelijk was dit eerst na de oorlog.

Bronzen Kruis

Aan kornet de graaf van Limburg Stirum is postuum het Bronzen Kruis toegekend, een hoge onderscheiding.

De hierboven geciteerde tekst uit het boek “De Nederlandse Cavalerie in de Meidagen van 1940” roept vraagtekens op omtrent het sneuvelen van zowel de kornet als van zijn beide ondergeschikten.

Het boek zegt: ” Toen de bediening van de lichte mitrailleur daarbij buiten gevecht werd gesteld ging de kornet zelf achter het wapen liggen. Kort daarop ontving hij een dodelijk schot".

Het verhaal van mevrouw Kramer luidt geheel anders. En dat is, anders dan bij Brongers, een verhaal uit de eerste hand. Maar ook uit de diverse verslagen zoals deze te vinden zijn op de website www.grebbelinie.nl, alsmede het verhaal van Evert van de Weerd in “Ede in wapenrok” komt een ander beeld naar voren.

De ontbrekende schakel werd gevonden in het archief van de familie van Limburg Stirum. Daarin bevindt zich een condoleancebrief van de regimentscommandant van het 4e Regiment Huzaren, jhr. de Marees van Swinderen.Hij schrijft over de kornet: “Eef is gevallen tijdens een opdracht om met een patrouille de terugtocht van zijn eskadron te dekken, en keerde er 's avonds slechts één man genaamd Kuperus van deze patrouille terug. U begrijpt dat ik deze man steeds weer heb verhoord om een lichtpuntje te ontdekken, want hij had Eef niet zien vallen en bestond dus de mogelijkheid dat dit niet het geval zou zijn. Eef heeft dien dag moedig en zonder zorgen zijn taak aanvaard samen hebben ze nog grapjes gemaakt, geheel zoals hij was, tot hij plotseling overvallen werd. Het laatste wat Kuperus van Eef zag was dat hij achter zijn mitrailleur sprong om zijn plicht te doen”.

De patrouille had stelling genomen op een kamer op de eerste verdieping, met vrij uitziht op de N224. De N224 verwijnt even oostelijk van Zuid-Ginkel in het bos, tussen de herberg en de bosrand loopt de N224 door open terrein. Toen de Duitsers zich aan de bosrand vertoonden zal er door de patrouille met de mitrailleur op hen geschoten zijn, waarop de Duitsers in dekking gingen. Er ontstond zo een vertraging in de Duitse opmars, en die zou de patrouille de gelegenheid geboden hebben om zich terug te trekken.  Echter, de Kraftradschüzen maakten een omtrekkende beweging, meer zuidelijk van de N224, door het bos en achterlangs het zogenoemde “schapenweitje” bij de schaapskooi. Destijds stonden daar, aan de rand van de hei en langs de N224, veel bomen. Die boden de oprukkende Duitsers dekking, en belemmerden het schootsveld vanuit de kamer waar de mitrailleur van de patrouille stond. In feite werd de patrouille daardoor in de flank aangevallen.

Het is niet aannemelijk dat de ondergeschikten van de kornet op eigen initiatief die bovenkamer in Zuid-Ginkel hebben verlaten, dat zal de kornet hen bevolen hebben toen duidelijk werd dat de Duitsers de herberg vanuit het zuiden benaderden. Kornet van Linburg stirumzal zijn mannen bevolen hebben te vertrekken, Door zelf achter te blijven en het vuur op de SS-ers te openen kon hij hun opmars vertragen, en zo zijn mensen de kans geven te ontkomen. Dat hij, blijkens de mededeling van de inderdaad ontkomen Kuperus, zelf de mitrailleur ging bedienen wijst er ook op dat hij het bevel gegeven heeft hem te verlaten.

Omdat, zo is door meerdere militairen bevestigd, een offcier niet zelf achter een mitrailleur zal gaan ligggen als hij nog ondergeschikten tot zijn beschikking heeft, moet de conclusie wel luiden dat hij zijn ondergeschikten inderdaad bevolen heeft om te trachten te ontkomen. Die mogelijkheid was er, richting de Kreelseweg (waarlangs ook Kramer Sr. weer op Zuid-Ginkel zou terugkeren). Door de mitrailleur te blijven bedienen had dit kunnen slagen, maar door de dekking van de bomen kon hij de snelle benadering van de herberg door de Duitsers onvoldoende vertragen, en werden de huzaren Bonkerk en Dijkers door de SS-patrouille overlopen.

Zoals res. Majoor b.d. E.J. Vinkhuyzen van het Cavaleriemuseum in Amersfoort het ook omschreef: “De keuze voor de Commandant is, afhankelijk van de opdracht en van de ontstane situatie (handelen naar bevind van zaken) : terugtrekken of de vijand blijven vertragen. De Kornet heeft voor het laatste gekozen en er waren kennelijk redenen zelf te gaan vuren. Geen schutter meer voorhanden, om welke reden dan ook.”

Een overwinnaar kan krijgsgevangenen maken, maar doet dat niet altijd. Bij Zuid-Ginkel deed de SS dat in elk geval niet. Beide huzaren zijn door het hoofd geschoten.

De huzaar Kuperus, die over de deel naar buiten wilde gaan, is door Jan Kramer Jr. opgevangen en op de hilt onder wat stro verstopt. Kornet van Limburg Stirum heeft geprobeerd tijd te winnen voor zijn ondergeschikten in hun poging te ontsnappen door zelf het vuur te openen om zo de opmars van de SS af te remmen. Maar dat afremmen was maar beperkt, de SS kon onder dekking van de destijds aanwezige bomen langs de opmarsroute , en vóór het pand, toch vrij eenvoudig het pand benaderen. En de gebruikte lichte mitrailleur, een Lewis M20 had een trommelmagazijn, waarin 97 patronen pasten. Daar zal van Limburg Stirum wel, middels korte vuurstoten, de aanvaller mee hebben weten te vertragen. Maar na relatief korte tijd was het magazijn leeg, en was verder vechten onmogelijk. Waarop de kornet de trap naar de hal afgelopen is, en door de voordeur naar buiten gelopen is, de vijand tegemoet. Ongetwijfeld met de bedoeling zich over te geven, hopend dat zijn ondergeschikten inderdaad hadden weten te ontkomen.

 Ook de kornet werd door het hoofd geschoten.

De conclusie moet luiden dat het verhaal van de Luitenant-kolonel b.d. Brongers niet geheel correct is, er was immers geen sprake van dat de bediening van een mitrailleur buiten gevecht was gesteld.

Weliswaar noemt het Koninklijk Besluit, gedateerd op 6 mei 1946, waarbij aan kornet de Graaf van Limburg Stirum het Bronzen Kruis werd toegekend, als reden voor de toekenning: “Heeft zich door moedig optreden tegenover den vijand onderscheiden als patrouille-commandant bij het dekken van den terugtocht van zijn Eskadron bij km.-paal 912 op den kunstweg Ede - Arnhem op 10 mei 1940, door , toen de bediening van een lichten mitrailleur buiten gevecht was gesteld, zelf de bediening over te nemen: is daarbij gesneuveld.”, en ongetwijfeld heeft Brongers hierop zijn tekst gebaseerd.

Een primaire bron, een verklaring van een ooggetuige, ontbreekt. En de overlevende huzaar Kuperus heeft dit ook niet na zijn terugkeer op de commandopost gemeld.

Zijn commandant schrijft aan de moeder van kornet over de verklaring van Kuperus: “Het laatste wat Kuperus van Eef zag was dat hij achter zijn mitrailleur sprong om zijn plicht te doen”. Kuperus heeft de kornet niet zien sneuvelen, en hem ook niet meer teruggezien.

Maar wel juist is dat kornet de graaf van Limburg Stirum een ultieme poging heeft gedaan zijn mensen te redden. Door zelf de mitrailleur te gaan bedienen vertraagde hij de opmars van de SS-ers, en één man, Kuperus, dankte daar zijn leven aan.

Een Bronzen Kruis wordt verleend wegens “het zich onderscheiden door moedig of beleidvol gedrag tegenover de vijand”. Daaraan heeft kornet de graaf van Limburg Stirum voldaan, en de postume toekenning was daarom, ondanks een mogelijk niet geheel juiste motivering, volledig op zijn plaats.

De gedenksteen

Mevrouw Kramer vertelde dat in de tijd dat Zuid-Ginkel in bezit was van de familie Kramer de gedenksteen zorgvuldig werd onderhouden. In die dagen bezat Zuid-Ginkel een terras, en de steen zat goed in het zicht.

Na de verkoop van het pand was dat niet langer het geval, de gevel raakte met klimop begroeid en de steen raakte uit het zicht. Bovendien verdween het terras, omdat de erlangs lopende weg verbreed werd. Wel bleef er een smalle tuin bewaard, maar deze werd beplant met struiken. In een later stadium is de klimop verwijderd, en zijn er lampen gemonteerd om de gevel te kunnen verlichten. Zoals op de foto op de eerste pagina te zien is was één van deze lampen op een wel bijzonder ongelukkige wijze bovenop de gedenksteen gemonteerd. De steen zelf is aan restauratie toe.

De toenmalige burgemeester van Ede, de heer Van der Knaap, heeft gevoel voor historie. En, als voormalig Staatssecretaris van Defensie, ook bijzondere belangstelling voor militaire geschiedenis. De Stichting Erfgoed Ede heeft het verhaal van de drie huzaren aan hem voorgelegd, en in het daarop volgende gesprek sprak de burgemeester uit dat hij restauratie van de gedenksteen een goede zaak zou vinden.

De steen was echter door er voor staande beplanting niet goed meer zichtbaar, en de er boven geplaatste lamp vormde een wel zeer storend element. Zo ontstond het idee om de steen niet alleen te laten restaureren, maar ook te verplaatsen naar een betere plek. Door nabij het pand een vrijstaande sokkel op te metselen,en daarin de gerestaureerde steen op te nemen zou weer recht worden gedaan aan de op Zuid-Ginkel omgekomen drie huzaren.

In 2015 was er te weinig tijd beschikbaar voor nadere uitwerking van de plannen. Wel zijn 9 mei 2015 middels een kleine plechtigheid de eerste slachtoffers van WO2 op Ede's grondgebied herdacht. Het was op één dag na 75 jaar geleden dat ze doodgeschoten zijn. De herdenking vond niet op de dag zelf, 10 mei, plaats, want die dag viel op zondag, en dat ligt in Ede nog steeds gevoelig.

Helaas is mevrouw Kramer medio 2015 overleden. Haar dochter vertelde tijdens de condoleance dat het haar moeder veel goed had gedaan dat aan de gedenksteen, en daarmee aan de gebeurtenissen van 10 mei 1940, weer aandacht werd gegeven.

Met name dank zij de steun en inzet van burgemeester van der Knaap kon het in 2015 geformuleerde plan doorgang vinden. De eigenaar van het pand ging akkoord met verwijdering van de steen uit de gevel en de herplaatsing in een vrijstaande sokkel. Via bemiddeling van de gemeente Ede kon de sokkel gerealiseerd worden. De Stichting “Idee in Uitvoering” heeft ook  een bijdrage geleverd, terwijl de familie van Limburg Stirum de kosten voor restauratie van de gedenksteen voor haar rekening heeft genomen. Bijzonder is dat het restaurant Juffrouw Tok niet alleen bemiddeld heeft bij de verplaatsing van de gedenksteen, maar ook tijdens de bouw de werknemers zonder kosten heeft voorzien van voedsel en drank. Bovrendien, en dat verdient speciale vermelding, heeft het restaurant bij de onthulling van de steen, waarbij een behoorlijk groot aantal genodigden aanwezig was, alle kosten voor consumpties voor eigen rekening genomen.

De onthulling van de gerestaureerde steen heeft op 10 mei 206 plaats gevonden. Daarbij was een erewacht van het Regiment Huzaren van Boreel in ceremonieel tenue aanwezig zijn, evenals de Regimentscommandant, Kolonel J.A. van Dalen. Het Regiment Huzaren van Boreel draagt de traditie van zowel het derde als het vierde regiment huzaren

Het vervolg

monument
monument2

Op 10 mei 2016 is de gerestaureerde gedenksteen, herplaatst in een vrijstaande sokkel, opnieuw onthuld in aanwezigheid vanburgemeester van der Knaap, en in het bijzijn van nabestaanden van alle drie de omgekomen huzaren. De onthulling droeg, dank zij de medewerking van een detachement huzaren in ceremonieel tenue, een bijzonder karakter. De tradities van zowel het derde als van het vierde Regiment Huzaren worden gedragen door het Regiment Huzaren. De regimentscommandant, Kolonel J.A. van Dalen was ook aanwezig.

Bijzonder was dat op deze datum alsnog het postuum verleende Bronzen Kruis, destijds niet aan de nabestaanden van kornet Graaf van Limburg Stirum overhandigd, kon worden uitgereikt. Het werd in ontvangst genomen door een oom, naamgenoot Everard graaf van Limburg Stirum, die woont in het huis wat destijds het ouderlijk huis van de kornet was.

Ook de nog niet eerder uitgereikte Oorlogsherinneringskruizen werden overhandigd.

Het is een goede zaak dat dit nieuwe monument met de oude steen tot stand gekomen is  Aan de overzijde van de weg langs Zuid-Ginkel ("Juffrouw Tok") ligt de Ginkelse Hei, op 18 september 1944 één van de landingsterreinen van de Engelse  "Airbornes". Daaraan wordt telkenjare uitgebreid aandacht gegeven, en dat is goed, want het vormde de opmaat vn de bevrijding (al zou die boven de rivieren nog zeven maanden op zicht laten wachten. Maar wie de luchtlandingen, en de slachtoffers daarvan, gedenkt moet ook de eerste slachtoffers van Duits oorlogsgeweld in WO2 op het grondgebied van de gemeente herdenken, op 10 mei 1940 gevallen op luttele meters van de landingsplaats van de "Airbornes".  Want het één kan niet worden los gezien van het ander.

De graven van de korporaal Bongers en huzaar Dijkers op de Algemene Begraafplaats in Ede

Kort voor de onthulling van het nieuwe monument sprak ik met André Hartgers en zijn vrouw, waarbij ook de toen aanstaande onthulling van het nieuwe Huzaren-monument ter sprake kwam. Marja's meisjesnaam is Gerritsen. Haar vader was als dienstplichtig huzaar ingedeeld bij het 2e eskadron van het 3e Regiment Huzaren, net als Bonkerk en Dijkers. Vanaf 1946 kwamen op of rond 10 mei steeds de ouders van huzaar Bonkerk naar het graf van hun zoon op de Algemene Begraafplaats aan de Asakkerweg in Ede. Zij werden daarbij vergezeld door hun dochter en haar echtgenoot, en (later) ook door dochter c.q. kleindochter Marjan. Na het bezoek aan het graf werd er bij de familie Gerritsen koffie gedronken. De familie Gerritsen woonde toen aan de Asakkerweg. In 1964 werd er verhuisd naar de Bospoort in Ede, en het contact verwaterde. Dit verhaal was aanleiding om André en Marja uit te nodigen om bij de onthulling van het monument aanwezig te zijn. (klein-)dochter Marjan en haar zoon waren ook aanwezig, en zo kon na meer dan vijftig jaar het contact worden hersteld. Na afloop van de onthulling zijn de graven van Bonkerk en Dijkers bezocht.