logo_Ede

Ster inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactief
 

Het Horst Wessellied, de Piet Hein Rhapsodie, en het verband daarvan met Ede.

De Piet Hein Rhapsodie is gecomponeerd door Peter van Anrooij. De rhapsodie
heeft als basis het (vroeger) zeer bekende vaderlandse lied over Piet Hein. De tekst verhaalt hoe deze admiraal de Spanjaarden beroofde van een grote hoeveelheid zilver, die zij van Zuid-Amerika naar Spanje wilden verschepen. De eerste regel van het lied luidt: “Heb je van den zilveren vloot wel gehoord, den zilveren vloot van Spanje?”. Het verlies van dit zilver heeft onmiskenbaar invloed gehad op het verloop van de 80-jarige oorlog. Want oorlogvoeren is duur, en de grote hoeveelheid door Piet Hein gekaapt zilver had rechtstreeks invloed op de Spaanse middelen om de oorlog te financierinen. Terwijl aan de andere kant dit zilver, zou je kunnen zeggen, de Hollanders juist meer middelen verschafte. De verovering van deze “Zilvervloot” zou dan ook, en was tot voor kort, een vast onderdeel worden van wat tegenwoordig een “canon” wordt genoemd, de basiskennis van elke lagere school leerling. En het lied werd, net als bijvooorbeeld het “Wilhelmus” en andere “Vaderlandsche Liederen”, maar (op mijn School met den Bijbel) ook de psalmen en gezangen, klassikaal gezongen. Zingen was een lesvak!

Peter van Anrooij

Peter van Anrooij

Van Anrooij studeerde van 1890 tot 1899 piano, viool en compositie in Utrecht. Daarna ging hij bij Willem Kes in Dresden directie studeren. Toen Kes dirigent werd van het Scottish Orchestre in Glasgow, ging van Anrooij met hem mee. Het was in die tijd, in 1900, dat hij zijn Piet Hein Rhapsodie componeerde. Van 1905 tot 1911was hij dirigent van de Groninger Orkest Vereeniging, om vervolgens, van 1911 tot 1917 als dirigent verbonden te worden aan de Arnhemsche Orkest Vereeniging, het latere Gelders Orkest. En daar ligt de link met Ede. Hij was namelijk in 1906 gehuwd met Frederique Johanna Adolphina de l’Espinasse. Haar ouders waren in het bezit van de villa Chasselay op de Paasberg (of eigenlijk: Klinkenberg) in Ede, en toen van Anrooij aangesteld werd in Arnhem gingen hij en zijn vrouw in Chasselay wonen.

In 1917 werd hij (tot 1935) de vaste dirigent van het Haagse Residentieorkest, ook toen al een
prestigieuze positie. Met name omdat dit orkest de facto het “huisorkest” was van het Koninklijk Huis. Met enige regelmaat werden de concerten bijgewoond door leden van het Hof, onder wie koningin Wilhelmina en prinses Juliana. En deze koninklijke concerten werden altijd gedirigeerd door de chef-dirigent, en de vaste dirigent van het Koninklijk Huis, in die tijd Peter van Anrooij.

Toen hij, enerzijds om gezondheidredenen, anderzijds om verschillen van opvatting met behoudende orkestbesturen (van Anrooij programmeerde ook veel muziek van tijdgenoten, en dat viel niet in de smaak) in 1935 terugtrad als dirigent van het Residentie Orkest behield hij wel zijn functie als vaste dirigent van de koninklijke concerten. Maar ook daaraan zou een einde komen.

Galaconcert

Op 5 januari 1937 werd een galaconcert gegeven, voorafgaand aan het huwelijk van prinses Juliana met prins Bernhard. Zij waren beiden, vergezeld van koningin Wilhelmina, bij dit concert aanwezig. De uiteraard ook aanwezige Duitse diplomaten hadden geëist dat het Horst Wessellied gespeeld zou worden. Peter van Anrooij, en met hem 25 leden van het orkest, weigerden dit vanwege nazi-vervolging van joden in Duitsland.

Koningin Wilhelmina was hier zeer ontstemd over. De redenen van haar boosheid kennen we niet, maar het zal zeker te maken hebben gehad met het feit dat door deze weigering het feest van haar oogappel, prinsen Juliana, werd verstoord. En ook, waarschijnlijk, dat zij de Duitse gasten niet tegen de haren in wenste te strijken. En deze weigering om het Horst Wessel lied te spelen was een diplomatieke blamage voor het Koninklijk Huis. Hoe dan ook, het lied werd toch gespeeld. Van Anrooij werd vervangen door de dirigent van de Koninklijke Militaire Kapel, L. Walther Boer. Van Anrooij werd op staande voet ontslagen.

In een interview in 1950 zei van Anrooi hier over: “Zelfs Hare Majesteit stuurde een meneer naar me toe om me te bezweren álles te dirigeren... ...Maar ik wilde dat iederen zou weten dat ik het verdomde dat vervloekte lied te dirigeren. Toen is de kapitein Walther Boer gekomen om het vuile werk te doen. Ik zie die mooie meneer nog staan te knipmessen voor de koninklijke loge. Bah!”

Horst Wessel

De tekst van het lied was van de hand van Horst Wessel (1907 – 1930), de herkomst van de melodie is onbekend, maar mogelijk die van een ouder lied uit de Eerste Wereldoorlog. Wessel was een propagandist van de SA, de militante tak van de NSDAP. Hij overled aan een bloedvergiftiging, die het gevolg was van een beschieting door communisten. De aanleiding voor die schietpartij is vaag, het politiedossier vermeld dat Wessel een grote huurschuld had, die zijn hospita middels een “proletarische afrekening” zou hebben willen incasseren. Mogelijk, meer waarschijnlijk zelfs, ook was hij het slachtoffer van een vergelding voor de moord op een jonge communist,eerder die dag in Berlijn.

De dood vn Wessel werd door Hitlers propagandamachine uitgebuit. Joseph Goebbels, de minister van propaganda en een volksmennen bij uitstek, maakte Horst Wessel tot een martelaar, en zorgde er voor dat het Horst Wessellied in het vervolg, na het eerste couplet van het “Duitslandlied” (Deutschland, Deutschland uber alles”) gespeeld – en gezongen - moest worden. Als zodanig was vormde deze combinatie in de Nazi-tijd het officiële Duitse volkslied. En was het voor de hand liggend dat het gespeeld werd op het galaconcert.

Tegenwoordig is het in Duitsland en Oostenrijk verboden het lied ten gehore te brengen.

Zeker in het licht van de latere gebeurtenissen was de opstelling van van Anrooij voorbeeldig. De villa Chasselay keek uit op het terrein waar na de oorlog het Mausoleum zou komen. Het Mausoleum, een rijksmonument, herinnert aan de in de Tweede Wereldoorlog omgekomen leden van het verzet uit de gemeente Ede. Een aantal van hen is er in bijgezet. Daar zit, voor wie de verhalen kent, wel een zekere symboliek in.