logo_Ede

Gebruikerswaardering: 0 / 5

Ster inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactief
 

Onlangs kwam ik in het bezit van kopietjes van enkele exemplaren van “De Radio-Krant”. Dit was een gestencild illegaal nieuwsblad, verschijnend in Ede en omgeving, waarin oorlogsnieuws was opgenomen. Veel van dat nieuws was klaarblijkelijk afkomstig van radiouitzendingen uit Engeland. Al werd er ook aan lokale gebeurtenissen aandacht gegeven. Interessant historisch materiaal, maar voor de Edese geschiedsschrijving wat minder relevant.

Bij die kopietjes bevond zich ook een exemplaar van het Edese illegale blad “De Eendracht”. Het is nummer 162, van 2 mei 1945. Door de heer A. Gaasbeek is recent een boek uitgebracht met daarin opgenomen alle nummers van “De Eendracht”, zoals deze destijds verschenen zijn. Voor de Edesche geschiedsschrijving weleen van belang zijnd boek. Helaas is de prijs onaangenaam hoog. Maar in de bibliotheek van de Vereniging Oud Ede is het boek aanwezig, en in de studiezaal van het gemeentearchief in te zien.

Ook zat bij deze kopieën een circulaire van de hand van “De Troepencommandant”, gedagtekend Ede, Mei 1945. Het stuk draagt het opschrift: “Aan al het personeel van de N.B.S. te Ede.” Tegenwoordig is het niet meer vanzelfsprekend dat mensen nog weten dat de afkorting N.B.S. stond voor Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten. De Binnenlandse Strijdkrachten waren, op bevel van Prins Bernhard, gevormd uit de destijds veelal los van elkaar opererende verzetsgroepen. Naast actieve steun bij de bevrijding van Nederland was hen ook een taak toebedacht bij de ordehandhaving na de capitulatie van de Duitsers.

Na deze capitulatie waren er niet genoeg leden van de N.B.S. beschikbaar om alle op hen afkomende werk te kunnen uitvoeren, en er werden dan ook in hoog tempo nieuwe N.B.S.-leden benoemd. Kees Andrea was één van hen.

Andrrea

En onderstaand zien wij op welke wijze dienstbevelen werden gecommuniceerd. Met “het kamp” werd het interneringskamp bedoeld, achter de infanteriekazernes aan de Stationsweg . Daar werden veel mensen opgesloten, in afwachting van de beoordeling van hun gedragingen tijdens de bezetting.

OPdracht

Onder druk der omstandigheden was vaak van voldoende zorgvuldigheid bij de selectie van de nieuwe N.B.S.-ers te weinig sprake. Maar ook “oudgedienden” hadden het vaak moeilijk om goed om te gaan met de herwonnen vrijheid en de snelle ontwikkelingen. Dat vinden wij terug in de genoemde circulaire van “De Troepencommandant”, Wildenboer. Hij was in de oorlog een der voorlieden van het Edese verzet, en als beroepsmilitair gewend leiding te geven. Het is een curieus stuk, dat hieronder is weergegeven:

Aan al het personeel van de N.B.S. E D E. In verband met verschillende voorvallen die den laatsten tijd hebben plaats gehad, wil ik langs dezen wegeenige punten met U bespreken. In de eerste plaats moet U er van doordrongen zijn, dat U, hoewel nog een burgercostuum dragende, als lid der N.B.S. geacht wordt MILITAIR te zijn.

Dit wil o.m. zeggen, dat U gehoorzaamheid verschuldigd bent aan de boven U gestelden, dat U dus de door hen gegeven orders, in het belang van den dienst, nauwkeurig en naar Uw beste weten, uitvoert en opvolgt. Het militaire standpunt is gebaseerd op gehoorzaamheid. Bevelen worden zonder tegenspraak en onverwijld uitgevoerd. Mocht men zicn in het ongelijk gesteld gevoelen of wat dan ook, eerst de bevelen uitvoeren, daarna kan men zioh zoo noodig tot zijn sectiecommandant en daarna tot den Troepencommandant wenden.

Het mag niet meer voorkomen dat N.B.S.-leden mankeeren op waohtparade, dat zij te laat in hun bevolen diensten komen, of dat zij slapen. op hun post als schildwacht of als bewaker. Onverschillig over welke menschen of welk gebouw men de verantwoording of het toezicht heeft, eischt men van den N.B.S.-er
nauwe plichtsvervulling.

U zijt getooid met een Oranjeband, dat wil dus aan buitenstaanders zeggen, dat U lid bent van de .N.B.S. Doe dus geen dingen, die aanstootelijk kunnen zijn voor anderen. Weest hulpvaardig en correct in uw optreden. Op post of bewakingsdienst zijnde, eisch ik van U, dat U in Uw optreden standvastig bent. U geeft kort en krachtig Uw bevelen en zorgt dat deze stipt uitgevoerd worden. Als schildwacht bent U in deze den
autoriteit, wiens bevel moet worden opgevolgd.

Gaarne zag ik dat U bij het vervullen von een wachtdienst eenzelfde tenue had, in het algemeen een
lange broek. Niet dus, dat het eene oogenblik iemand op post staat in een tenue met lange- en het ander oogenblik iemand met korte broek. Over de rijwielen wil ik het.volgende zeggen. Velen Uwer hebben een rijwiel in bruikleen ontvangen. Dit is dus niet Uw eigendom. Wel draag ik U op, dlt rijwiel in goeden staat te houden. Indien U met een rijwiel naar het Oranjehuis komt en dit daar op de voorgesohreven wijze in een
fietsenrek plaatst, moet Uw rijwiel voorzien zijn van een kaartje met Uw naam en nummer. Bovendien
heeft U eenzelfde exemplaar van zulk een kaartje in uw bezit, zoodat de sohildwacht kan oontroleeren of U de juiste fiets uit het rijwielrek haalt.

Hoewel velen Uwer geen militairen dienst hebben vervuld, moet U zich beschouwen militair te zijn en al wordt U thans nog niet als zoodanig afgericht, moet U toch zooveel mogelijk U alvast aanpassen aan de militalre grondslagen: Tucht en gehoorzaamheid. Hoewel ik als Troepenoommandant bevoegd ben in voorkomende gevallen strafmaatregelen toe te passen, wil ik daartoe niet direct overgaan, doch verzoek Uw medewerking om onze afdeeling tot een goed geheel bijeen te houden en toch een gezonde militaire eenheid te vormen. Ik verzoek U ieder voor zioh, mede te werken en zorg te dragen dat foutieve dingen zooveel mogelijk tot het verleden zullen behooren.

E D E, Mei 1945 De Troepencommandant.

Wildenboer spreekt over “het Oranjehuis”. Dat roept de vraag op wat daarmee bedoeld wordt. Gelukkig is er “Delpher” (www.delpher.nl), een onuitputtelijke en steeds groeiende bron van informatie. Zoeken op “Ede + Oranjehuis” heeft resultaat. Dit staat in een uitgave van “De Eendracht” van 5 mei 1945.

Eendracht

“Het Oranjehuis” was dus gevestigd in “Buitenlust”, een café met zaalruimte. Aan de Stationsweg.

buitenlust

Het artikeltje levert ook weer nieuwe vragen op. Want wat was dan “Het Geuzenhuis”? De plaatselijke Duitse bevelhebber in de 2e Wereldoorlog , de Ortskommandant, zou daarin zijn kantoor hebben gehad.

Kijk, en dan komt “Ede in wapenrok” van Evert van de Weerd weer goed van pas. Want daarin staat, op pagina 80, dat de Ortskommandant domicilie had in de villa “Meerlenhof”, ook aan de Stationsweg.

meerlenhof

Het laatste raadseltje is de huisvesting van “den Engelschen Commandant burgelijke zaken”. Die zat, zo staat in “De Eendracht”, in “De Schuyle”. En dat was tegenover “Het Geuzenhuis” gelegen, dus ook aan de Stationsweg.

Tegenover Buitenzorg stonden twee villa's. Op de hoek van de Beukenlaan stond Boschzicht. En daarnaast de villa van Frouws. In “De Stationsweg in Ede” is dit op pagina 73 beschreven. Was die villa van Frouws soms “De Schuyle”?

Het antwoord wordt ook weer gevonden via Delpher, omdat daarin in 1925, in een
advertentie in het Algemeen Handelsblad van 25 mei 1925, een auto van het merk Studebaker te koop
wordt aangeboden door J. Frouws, Villa “De Schuyle” te Ede, terwijl in een advertentie van 10 juni 1943 in het Nieuwsblad van het Noorden mejuffrouw Truus Frouws, Stationsweg 54 te Ede, haar verloving aankondigt met Kees Tinga uit Bellingwolde. Verwarring met het bedrijfspand van Frouws is uitgesloten, dat stond op Stationsweg nummer 38, en niet tegenover Buitenlust. En in de tabel van de vernummeringvan de huisnummers van Hartgers (aanwezig in de studiezaal van het gemeentearchief) is huisnummer 54 inderdaad het pand naast Boschzicht.

schuyle

Op pagina 82 van “Ede in Wapenrok” vermeldt Evert van de Weerd nog dat er meer panden aan de Stationsweg door de Duitsers in gebruik waren genomen. Zo was “Rozenburg”, op de hoek van de Kazernelaan, in gebruik voor huisvesting van Duitse meisjes die tot “Helferin” bij de Marine werden opgeleid. Onduidelijk is wat de werkzaamheden van deze jongedames waren. Ook de villa op de hoek van de Tolhuislaan was als “Wehrmachtsheim” bij de Duitsers in gebruik. Een Militair Tehuis.

Evert noemt ze niet met naam en toenaam, maar vermeldt ook nog het gebruik van panden aan de Stationsweg als “SS-Heim”, “Offiziersheim” en “Marineheim”. (De villa “Oase” van de Joodse bedrijfsarts van de Enka, dr. Heimans, aan de Bennekomseweg, was in gebruik als “Marine-Zahnstation”).

Het boek “De Stationsweg in Ede – de geschiedenis van een laan met allure”, een uitgave van de Vereniging Oud Ede (2013) vermeldt niets van het gebruik van panden aan de Stationweg door Duitsers. Ook niets over het naoorlogse “Het Geuzenhuis” en “Het Oranjehuis”. Het gebruik van het pand van de NSB-tandarts van Andel als stafkwartier van “Den Plaatselijk Commandant” of van “De Schuyle” t.b.v. de “Engelschen Commandant burgelijke zaken” komt ook niet aan de orde.

Laatstgenoemde huisvesting wordt overigens in “Ede in Wapenrok” wel vermeld, op pagina 183. We lezen daar dat de “Town Major Maj. Martin Leslie” op 22 april in Ede aankwam, en na een korte periode gebruik te hebben gemaakt van het gemeentehuis vervolgens op Stationsweg 72 zijn kantoor vestigde. Dat is echter de villa “Berg en Dal”, en die lag niet tegenover Meerlenhof, maar aan dezelfde zijde van de Stationsweg. Omdat Evert van de Weerd ook schrijft dat Leslie het erg druk kreeg, zal hij vermoedelijk vrij snel van “de Schuyle” naar het grotere “Berg en Dal” verkast zijn. Daar had hij veel meer ruimte ter beschikking. En Jan Frouws zal er ook geen bezwaar tegen hebben gehad om weer gewoon in z'n huis te kunnen wonen.

De schrijver van “De Stationsweg in Ede”, Kees van Lohuizen, merkt op pagina 181 op: “Helaas zijn er ook nog gaten, maar die vormen wellicht de stimulans voor anderen om het af te ronden”.

Wel Kees, hier is een eerste poging.

Jan Kijlstra 26-05-2015