logo_Ede

Ster inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactief
 

Onder bovenstaande kop troffen we een aardig artikeltje aan in het Edes Nieuwsblad van 13 juni 1958. Het laatste gedeelte van de aanhef slaat op de talrijke sterk overtrokken verhalen die eens over de stad Kampen in omloop waren en ten doel hadden misstappen van de toenmalige regenten aan de kaak te stellen.

Zo gaat het verhaal, dat men bij de bouw van een nieuw postkantoor reeds tot drie meter hoogte was gevorderd, toen de uitvoerder tot de ontdekking kwam, dat verzuimd was op de normale hoogte een brievenbus aan te brengen. Geen nood meende de architect, dat doen we alsnog, voor de binnenkomende post geen enkel bezwaar, die valt wel naar beneden en om het publiek te gerieven bouwen we buiten een mooie gemetselde trap dan kunnen de mensen toch hun brieven kwijt.

We stappen over naar Lunteren; daar overleed op 15 januari 1912 de grootgrondbezitter notaris J.H.T.W. ten Ham. Hij vermaakte al zijn bossen en gronden, na aanneming van de zogenaamde markenwet in 1886 door aankoop en ruiling verworven, aan de Lunterse bevolking in de vorm van een stichting. “Het Lunterse Buurtbos”, die nog altijd bestaat en door de jaren heen een uitstekend beheer over deze onbetaalbare erfenis heeft gevoerd.

In 1913 werd op het hoogste punt van de Galgenberg een uitzichttoren gebouwd, al gauw bekend als de Lunterse Koepel. Boven de entree stond in een hardstenen plaat vermeld: “J. H. T. W. van den Ham, stichter van het Lunterse Buurtbos 1822-1012”.

Om wandelaars in de gelegenheid te stellen hun dorst te lessen werd een pomp geslagen, een heel karwei op deze hoogte, maar één die wel zuiver en helder drinkwater opleverde. In 1958 besloot men deze oude pomp, hoewel nog niet geheel versleten, te vervangen door een nieuwe. Deze pomp zou dan worden vernoemd naar Jacob Groeneveld, een man die in zijn jonge jaren als koetsier bij notaris Van den Ham had gediend en op latere leeftijd tien jaar zitting had in het bestuur van het Lunterse Buurtbos.

Een bekend architect maakte een monumentaal ontwerp en de metselaar Beck werd met de uitvoering belast. De oude pomp werd afgebroken en op dezelfde plaats, om dezelfde bron weer te benutten, verrees een nieuwe pomp. Beck maakte er een prachtig stuk vakwerk van. Fraaie stenen met kaarsrecht gesneden voegen. Aan de achterkant was een opening gelaten voor het aanbrengen van de zuiger en onderdelen om een zwengel te bevestigen.

Dit karwei kwam voor rekening van de loodgieter Schreuder, maar toen deze met zijn gereedschap verscheen, bleek de opening veel te klein om te kunnen werken. Na een tijdlang vergeefs zwoegen en wrikken moest hij zijn pogingen opgeven. Hij bracht verslag uit bij zijn opdrachtgevers en was van mening dat hier in omgekeerde volgorde was gewerkt; men had eerst het binnenwerk moeten doen en dan pas de ommetseling.

Goede raad was duur. Een pomp is nu eenmaal pas een echte pomp als er water uitkomt. Uiteindelijk kreeg Beck opdracht een groot gedeelte van de met zoveel zorg gemetselde achterkant te slopen om zodoende Schreuder de gelegenheid te geven zijn werk te doen, hetgeen gebeurde.

De schade aan het metselwerk werd keurig hersteld en wie thans deze fraaie omgeving bezoekt, zal van dit kleine drama niets meer bespeuren.

H.J. Nijenhuis, Edese Courant 19/07/1986