logo_Ede

Gebruikerswaardering: 0 / 5

Ster inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactief
 

Zestig jaar Edesche Boys

1928

Zo begonnen we september 1928 aan ons eerste competitievoetbal in de laagste klasse van de A.V.B. Er vielen al direct drie oprichters af: daar we uitsluitend tegen reserve elftallen speelden begonnen de uitwedstrijden veelal om twaalf uur, soms nog vroeger. Dat was, gezien de huiselijke omstandigheden voor enkelen een onmogelijke tijd en zij moesten afhaken. Maar er kwamen anderen voor in de plaats zoals bijgaande foto laat zien. Het bleek al spoedig dat we nog heel wat te leren hadden; ons enthousiasme was omgekeerd evenredig aan ons technische kunnen. Zelfs de verschillende spelregels vormden voor de meesten nog een probleem.

Zo stonden we eens tijdens een uitedstrijd strijd tegen .Abstinentia" te Oosterbeek bij de rust met 8-0 achter. Onze doelman, Henk Heyink, die er weliswaar een fraaie stijl bezat, maar steevast naar de verkeerde kant uitviel, bleek niet op dreef. In de rust zei aanvoerder Ruth tegen onze keeper: "Nou is het welletjes, ga jij maar vóór spelen, ik ga zelf wel in het doel staan." Helaas, de eerste bal die hij even later oppakte betekende meteen een strafschop want wij hadden er geen notie van dat bij keeperswisseling de scheidsrechter daarvan in kennis moest worden gesteld.

Er deed zich nog een moeilijkheid voor: het bleek dat rode shirts door meerdere verenigingen werden gedragen. In dergelijke gevallen moest de thuisclub in afwijkend tenue spelen, dat wij echter niet bezaten. Gelukkig droeg in die dagen, althans op zondag, vrijwel elke jongen een wit z.g. "Schillerhemd" en daarmede hebben we ons een paar maal kunnen redden.

Toch besloten we aan het eind van het seizoen nieuwe shirts aan te schaffen: de keus viel op verticaal gestreepte rood-zwarte kleuren, die men in onze omgeving minder aantrof. Ditmaal beioetde er niet gelapt te worden, ze werden uit de kas betaald want financieel boerden we aardig goed. Ondanks onze geringe spelkwaliteiten trokken we direct al veel publiek. Veel mensen vonden het prachtig dat er nu ook 'in het dorp' werd gevoetbald, en maakten niet meer de lange gang naar de Sportlaan. Dat daar aanmerkelijk beter werd gespeeld werd goedgemaakt door het feit dat achter de Watertoren uitsluitend rasechte Edese jongens aan het werk waren die regelmatig werden aangemoedigd met de kreet: "Houdt de eer van de Bunschoten hoog."

Wij rekenden geen entree: niet alleen was het terrein moeilijk af te sluiten, men kon het van verschillende zijden bereiken, maar voor de verkoop van kaartjes moest, via de gemeenteontvanger, vermakelijkheidsbelasting worden betaald, een zaak die ons veel te ingewikkeld voor kwam. Nee, we deden het anders: in de rust ging Gaart Scherrenburg, een wat oudere jongen die zelf niet speelde, maar belangeloos allerlei noodzakelijke karweitjes opknapte, met de pet rond. Dit systeem werkte voortreffelijk: slechts weinigen die, voor ondersteuning niet een stuiver of dubbeltje offerden.

bezoekers

Mede door deze buiten verwachting en naar onze begrippen, vrij hoge inkomsten konden we in de zomer van 1930 een ander ideaal verwezelijken, de bouw van kleedkamers. Geheel door eigen krachten, we telden nogal wat bouwvakkers onder de leden, verrees een houten gebouw met twee ruime vertrekken en daartussen een opbergruimte en kleedkamer voor de scheidsrechter. Natuurlijk hadden we er niet bij stilgestaan dat voor dergelijke zaken een vergunning nodig is. Dat werd echter door de gemeente-opzichter Fahrenhorst, die aan de Burg. Prinslaan woonde en 's avonds nog wel eens een balletje kwam trappen, belangeloos in orde gemaakt. In het tussengedeelte bevond zich een schot dat bij wedstrijden naar beneden werd geklapt en dan dienst deed als toonbank. Daar verkocht Gaart, die ook voor de thee in de rust zorgde, kauwgom, chocoladerepen, limonade en, zij het clandestien, flesjes bier, hetgeen ook weer geld in de kas bracht.

In de nieuwe shirts begonnen we aan ons tweede competitiejaar en, waar we in het geheel niet op gerekend hadden, meteen een afdeling hoger. Hoewel we in de onderste helft waren geëindigd we overgeheveld naar de tweede klasse, mede door het feit dat wè eer z.g. stadaardelftal vormden en deze afdeling best wat aanvulling kon gebruiken. Enkele jaren later volgde promotie naar de eerste klasse A.V.B. waar we, althans gedurende mijn periode, met afwisselend succes, aardig meedraaiden. Overigens, het klinkt misschien vreemd, maar kampioensaspiraties bezaten we nauwelijks. Aan de eisen die de KNVB dan zou stellen konden we toch nooit voldoen.

Alleen al om elders in het dorp een geschikt terrein te vinden behoorde tot de onmogelijkheden en op enige medewerking van overheidswege viel nog steeds niet te rekenen. Sterker nog, op 24 juni 1934 speelden we achter de Watertoren een vriendschappelijke wedstrijd tegen het Lunterse ASNOP en kregen een bekeuring wegens het voetballen op zondag. Burgemeester Creutz was een maand met vakantie en loco-burgemeester Van der Voort maakte meteen van zijn tijdelijke machtspositie gebruik om het voetballen op zondag te verbieden. Hoofdagent P. Zeven, die een kwartier na aanvang het veld opstapte om tegen onze aanvoerder, als vertegenwoordiger van het elftal, proces-verbaal op te maken, moest er zelf om lachen. Hij had echter de overtreding geconstateerd en diende zijn orders uit te voeren, al liet hij de wedstrijd wel rustig uitspelen.

Natuurlijk liep de zaak met een sisser af, dergelijke besluiten moesten via de gemeenteraad tot stand komen, maar het tekent wel de situatie in die jaren. De ingebruikname van de kleedkamers betekende weliswaar al een hele vooruitgang, we konden onze bezoekers nu behoorlijk ontvangen maar de toestand van het terrein bleef zorgen baren. Het werd bij zomerdag veel te intensief gebruikt, vooral toen na 1930 de beruchte crisisjaren een aanvang namen en massa ontslagen aan de lopende band volgden.

Om een voorbeeld te noemen: in 1929 werkten bij de AKU fabrieken rond 5400 mensen; een aantal dat in 1934 tot 1800 was teruggelopen. Om al deze werkelozen wat ontspanning te bieden werd een crisiscomité in het leven geroepen dat, om de kosten te dekken, verschillende acties organiseerde, waaronder voetbalwedstrijden tussen alle mogelijke bedrijfselftallen. Op zomeravonden werden hele competities georganiseerd. dat het merendeel Dvan deze spelers nooit eerder een bal had aangeraakt mocht de pret niet drukken, het verhoogde alleen maar de pret bij de toeschouwers.

Enkele wedstrijden die op hoger peil stonden, als er bijv. garnizoenselftallen bij waren betrokken, werden aan de Sportlaan gehouden maar het gros speelde zich achter de Watertoren af. Vanzelfsprekend stelden wij belangeloos kleedkamers en ballen ter beschikking, maar aan het eind van de zomer waren de brokken voor ons. Het toch al slechte terrein was veranderd in een zandvlakte, alleen aan de zijkanten stond nog wat gras. Gelukkig was de terreincommissie van de A.V.B. van onze moeilijkheden op de hoogte en gaf, opnieuw voor een jaar, weer toestemming om er op te spelen.

Ook .Edesche Boys" telde in die jaren verschillende werkelozen, maar dat vormde geen enkel probleem. Zij werden vrijgesteld van contributie en bleven rustig hun partijtje meespelen. Het aantal leden groeide gestadig en daarbij bevonden zich jongens met meer aanleg wat ons spelpeil ten goede kwam. De moeilijkheid bleef echter hoe het nu met de zwakkere broeders moest: het waren stuk voor stuk zulke trouwe leden, die kon je niet zo maar aan de kant zetten. De oplossing kwam door een tweede elftal te formeren waardoor toch ieder lid aan zijn trekken kon komen en de geest van kameraadschap en clubliefde ten volle gehandhaafd bleef. Heel eigenaardig, een enkele nieuweling die zich in deze sfeer niet thuis voelde, was spoedig weer verdwenen, maar het overgrote deel, eenmaal lid, bleef "Edesche Boys" trouw tot aan het eind van zijn voetbalcarrière.

2e_elftal

Niet alleen met voetballen maar ook op heel wat andere terreinen waren we in die jaren actief. We namen trouw deel, zonder veel succes overigens, aan atletiekwedstrijden te Arnhem die in de maand juni door de AVB werden georganiseerd. Onze deelnemers kregen daarvoor zelfs een speciaal wit shirt waarop in een blauwe cirkel de letters EB stonden gedrukt. Ook voor afstandsmarsen waren altijd voldoende liefhebbers te vinden, temeer omdat je na afloop een medaille kreeg. Tijdens de vooroorlogse Heideweken waren we bij het bloemcorso present met een praalwagen waaraan soms weken was gewerkt.

Vervelen deden we ons eigenlijk nooit, er was altijd wel wat te beleven en voor ontspanning kon je zelf zorgen. Als we in het voorjaar zelf niet behoefden te spelen trokken we op zondag rustig per fiets heen en weer naar Deventer om "Go-Ahead" dat toen haar gloriejaren beleefde, te zien spelen. Wel vielen met het verstrijken van de jaren geleidelijk jongens af maar er kwamen anderen in hun plaats.

Voetballen was toen nog vrijwel uitsluitend een vrijgezellen aangelegenheid: geen meisje dacht er aan de zondagmiddag op een voetbalveld door te brengen. Kreeg een van ons verkering dan vertrok hij. Wij zeiden dan hij is naar de VVV gegaan: Verliefd, Verloofd, Verloren.

Toch kan ik nu nog, zoveel jaren later nog met plezier op onze onbezorgde jeugd in die vooroorlogse jaren terugkijken. In de volgende en laatste aflevering willen we nog een aantal van die allereerste Edesche Boys leden even uit de vergetelheid halen.

H. J. Nijenhuis

-