logo_Ede

Gebruikerswaardering: 0 / 5

Ster inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactief
 

Een ieder Is wel doordrongen van het nuttige werk dat het Rode Kruis in alle mogelijke gevallen waar hulp nodig is, verricht. In 1867 sloot ook Nederland zich bij deze internationale organisatie aan. Een klein rekensommetje leert dat het Ned. Rode Kruis in 1947 tachtig jaar bestond. Dit feit werd op vrijdag 20 en zaterdag 21 juni 1947 onder grote belangstelling op de Goudsberg te Lunteren gevierd.

Niet dit feest als zodanig maar een merkwaardig voorval dat daar plaatsvond, is de reden om een en ander in deze rubriek eens op te halen. Naast de vele afdelingen uit het gehele land waren duizenden bezoekers naar de Goudsberg gekomen. Talrijke hooggeplaatste personen uit binnen- en buitenland waren present toen prinses Juliana de openingsrede uitsprak, gevolgd door een welkomswoord van burgemeester Boot. De eerste middag werd gevuld met een demonstratie door de militaire geneeskundige troepen, compleet met vliegtuigen, schijngevechten, gewonden en reddingspatrouilles.

Op de vrijdagavond werd een groot openluchtspel opgevoerd met niet minder dan zeshonderd medewerkers. Hoofdfiguur in dit spel was Florence Nightingale, de Engelse diacones die in· de Krimoorlog van 1853-1856 als verpleegster pionierswerk op dit terrein verrichtte. Deze rol werd gespeeld door de destijds bekende actrice Mieke Flink-Verstraten. Helaas begon het halverwege de voorstelling te regenen, maar de spelers gingen door en het publiek bleef.

Na afloop trokken de bezoekers uit de naaste omgeving huiswaarts, maar van de ruim drie duizend kampeerders, ondergebracht in een tentenkamp, namen de meesten nog een afzakkertje in de grote kantine. In deze omgeving gebeurde het: een dame uit de stad, onbekend met de Veluwse bodem, struikelde over een dennenwortel en een behoorlijke wond aan haar hoofd opliep. IJlings werd zij naar de ziekentent gebracht, aan medische hulp geen gebrek. De artsen kwamen, na onderzoek tot de conclusie dat de wond gehecht moest worden. Talrijke verbandtrommels· werden aangedragen, de niet geringe voorraad medische hulpartikelen op de kop gezet, maar men moest, helaas tot de conclusie komen dat bij deze overvloed juist hechtmateriaal ontbrak.

Het was voor een dergelijke bijeenkomst te gek om los te lopen, maar er bleef niets anders over dan de patiênte in het holst van de nacht naar de Lunterse dokter te vervoeren. Deze werd uit zijn bed gebeld en hechtte met enkele krammen de wond. Slechts een fijne glimlach van de arts toonde dat hij de humor van het geval in zag.

De volgende ochtend regende het nog steeds tot wanhoop van de organisatoren: het geplande programma, wedstrijden tussen de verschillende afdelingen, werd sterk ingekort, het voorgenomen défllé kwam te vervallen en reeds zaterdagmiddag twaalf uur werd het feest met een slotwoord van baron Tuyl van Serooskerken gesloten.

Jammer dat de regen spelbreker was geweest, maar hoe veranderlijk ons Hollands klimaat kan zijn bleek een week later. Op diezelfde Goudsberg werd op 28 en 29 juni d.a.v. door veertienhonderd Nederlandse padvinders een bijeenkomst. gehouden. In flagrante tegenstelling moesten daar een aantal programmapunten wègens de grote hitte worden geschrapt.

H.J. Nijenhuis Edes Nieuwsblad 25 02 1981

Bovenstaand verhaal van Nijenhuis is er één uit de serie "Uit de Oude Doos", waar steeds artikelen uit oude edities van de Edesche Courant voor gebruikt werden. In dt geval de krant van 25 juni 1947, waarin vrijwel de gehele voorpagina gewijd was aan deze bijeenkomst van het "Roode Kruis". Een stukje uit die pagina is de tekst over de dame met de hoofdwond. Ter vergelijking staat deze hieronde:

Incident in het paradijs der medici

Duister lag de nacht over de Goudsberg bij Lunteren. Het openluchtspel, dat de eerste Roode Kruisdag had besloten, was ten einde en langzaam verliet de menigte het á giorno verlichte terrein. Het bleef echter nog druk rondom de cantine, want de kampeerders - het waren er meer dan drieduizend! - genoten nog na van het boeiende spel en - hoewel een zijïge regen neerzeeg - ook van de zoelte van de zomernacht.

Toen gebeurde het, dat een vrouwelijke gast tijdens een rondwandeling in de omgeving struikelde en viel. De kreet van pijn, die zij slaakte, deed van alle zijden hulp toesnellen, de omroeper weerde zich, medische kopstukken rukten aan en het vakkundige onderzoek wees spoedig uit, dat de ongelukkige een vrij diepe snijwonde aan haar hoofd had opgelopen.

Na al de demonstraties, oefeningen, spiegelgevechten en bezielende redevoeringen, was hier de realiteit, en deed zich een prachtgelegenheid voor een ëchte gewonde hulp en bijstand te verlenen.

Uit medisch oogpunt bekeken, was het geval van geen betekenis, want wat was dit armzalige snijwondje van een paar centimeters diepte tegenover de indrukwekkende overmacht van doktoren, verpleegsters, ambulancewagens etc. op de Goudsberg in dit uur geconcentreerd?

Volgens de regelen der transportkunst werd de gewonde vervoerd naar de ziekentent. Er werd naarstig gezocht naar het nodige materiaal en juist toen de omstanders verwachtten, dat de heelkunde haar waarde in de praktijk zou bewijzen. liet een der aesculapen zich een hartige verwensing ontvallen. Vervolgens stiet hij uit: "Dat wij nu ook geen hechtmateriaal bij ons hebben!"

Het klonk ongelofelijk, maar het was desniettemin een feit en zo gebeurde liet, dat in het holst van die nacht, nagestaard door het verbijsterde Roode Kruisheir, een auto met de patiënte de Goudsberg afsnelde om de dorpsdokter uit zijn bed te halen. die met behulp van een paar krammetjes - en een fijne glimlach - - de wond vaardig dichtte.

Het was, zoals een ondeugende chauffeur snijdig opmerkte, precies alsof er brand was in een brandspuitenfabriek, waar nergens een slang te vinden was.

Edesche Courant, 25 juni 1947