logo_Ede

Gebruikerswaardering: 0 / 5

Ster inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactief
 

a_va_SchWij hebben in deze rubriek ("Uit d'oude doos") al eerder een paar kunstenaars die eens in Ede woonden en werkten even uit de vergetelheid gehaald. Deze keer worden een paar regels gewijd aan de schrijver Arthur Francois Emile van Schendel. Hij werd op 5 maart 1874 in Batavia in het voormalig Nederlands-Indië geboren en kwam vijf jaar later met zijn ouders naar Nederland.

Na de lagere school bezocht hij een H.B.S. in Amsterdam, maar stapte op zestienjarige leeftijd over naar de toneelschool. Dat werd geen succes, dus besloot Arthur (gezien zijn belangstelling voor literatuur) schrijver te worden. In 1896 verscheen zijn eerste roman, “Drogon”, een verhaal uit de Middeleeuwen, die zeer gunstig werd ontvangen.

Arthur van Schendel trouwde in 1902 met Bertha Jacoba Zimmerman, die echter reeds drie jaar later overleed. Daarna zwierf hij enkele jaren door Engeland, om na zijn tweede huwelijk in 1908 op aanraden van zijn vriend Willem Witsen naar Ede te trekken. Laatstgenoemde roemde onze landelijke rust en de fraaie omgeving,een bron van inspiratie voor schilders en schrijvers.

Het echtpaar van Schendel woonde aanvankelijk aan de Boslaan, maar betrok in 1912 de villa Pacifia aan de Bergstraat. Dit kapitale pand werd in 1865 gebouwd in opdracht van cavallerieofficier jonkheer Elout van Soeterwoude. Deze villa met een enorme ommuurde tuin heeft ettelijke bewoners gekend met als laatste de familie de Booy.

Daarna kocht de heer van de Top het pand, liet het slopen en bouwde vrijwel op dezelfde plaats een nieuwe villa, die opnieuw de naam Pacifia kreeg. De rest van het terrein werd verkaveld en er verrezen middenstandswoningen. Maar zover was het nog niet toen Arthur van Schendel Pacifia betrok. Hij werd met zijn grijzende, wijd uitstaande haardos al gauw een bekende figuur in het dorp.

De winkeliers hadden een goede klant aan hem, want regelmatig logeerden er voor korte of langere tijd gasten op Pacifia. Zij werden door de gastheer zelf per rijtuig van het station gehaald en gebracht, en moest een dorpeling toevallig ook die kant uit dan kon hij altijd meerijden.

Regelmatig bezocht Arthur de familie de Ridder, die destijds huize Kernhem bewoonde, om daar een partijtje schaak te spelen. Tot 1927 bleef het gezin van Schendel, inmiddels waren een dochter en een zoon geboren, in Ede wonen. Toen werd het verlangen om wat meer van de wereld te zien Arthur te machtig. Op 17 october van dat jaar vertrok de familie naar Florence in Italië, waar hij doorging met schrijven.

In 1930 verscheen zijn overbekende boek “Het fregatschip Johannna Maria”, waarmee zijn naam als schrijver voorgoed was gevestigd. Meer werken zouden volgen, onder andere in 1941 “De mensenhater”. Na de oorlog kwam hij naar Nederland, en toen verscheen er van zijn hand het omvangrijke werk “De Nederlanden”, waaraan hij gedurende de oorlogsjaren had gewerkt. Het zou zijn laatste boek zijn, Arthur overleed op 11 september 1946 in Amsterdam.

Met recht is er in ons dorp een Arthur van Schendelllaan

Edese Courant 23 februari 1985 H.J. Nijenhuis

Het afgebeelde schilderij van van Schendel is van Jan Poorteman.