logo_Ede

Ster inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactief
 

 

Hoewel ook thans, anno 1970,  ons land een groot aantal werklozen telt, denken oudere mensen bij bovengenoemd woord aan de beruchte jaren 1930-1940. De levensstandaard lag in die tijd aanmerkelijk lager; des te meer betekende werkloos worden een ramp. Na 1930 volgden de ontslagen bij grote bedrijven en ook in de bouwvakken elkaar in snel tempo op.

Zo werkten, volgens dr. Van Eck in zijn boek "Boeren en fabrieksarbeiders", bij de A.K. U. fabrieken te Ede in 1929 circa 5400 mensen, welk aantal in 1934 tot ongeveer 1800 was teruggelopen. Ede kreeg ruimschoots zijn deel van de malaise en ook hier bleek dat er na ontslag weinig kans bestond om'weer aan de slag te komen.

Dus bleef de werkloze man niets anders over dan, via het arbeidsbureau.ete gaan "stempelen": Voortaan moest hij zich elke dag melden; in Ede dorp bij het bureau van sociale zaken in de Torenstraat. Dat dagelijks stempelen, waarvan het uur van opkomst steeds wisselde, was vooral bedoeld om clandestien werken tegen te gaan. Daar waren speciale controleurs voor aangesteld, en bij betrapping verviel elke uitkering.

Nu was dat bedrag ook niet om over naar huis te schrijven: gemiddeld negen gulden per week. De normale huishuur bedroeg f 3,50, dus tel uit je winst. Op bepaalde tijden kon de werkloze een periode in werkverschaffing gaan werken, objecten die veelal door de Ned. Heidemij werden uitgevoerd, waardoor er wat meer té verdienen was. In de gemeenteraadsvergadering van vrijdag 31 juli 1933 werd besloten de lonen in werkverschaffing vast te stellen op vijfentwintig cent per· uur voor de landarbeiders en tweeëndertig cent voor fabrieksmensen.

Deze laatsten kregen die zeven cent meer doordat de bezigheden voornamelijk uit grondwerk bestonden en zij daar minder geschikt voor waren. Bovendien werd het werk veelal in tarief uitgevoerd zodat een ploegje gespierde grondwerkers nog. wel aan een dragelijk loon kon komen. Maar iemand die dit werk niet gewend was, kreeg wel blaren in zijn handen maar weinig geld in de portemonnee.

Een paar bekende werkverschaffingsobjecten waarvan de Edese bevolking nog heden ten dage kan genieten zijn het natuurbad "De Zanding" en het Openluchttheater. In december 1932 werd besloten tot het graven van een vijver in Otterlo. Het betekende drie en half jaar werk voor ongeveer tweehonderd man wat een hele tijd lijkt, maar alles gebeurde met schop en kruiwagen. Op die manier werd niet minder dan 18.500 m3 grond verzet terwijl aan loon f 135.000,- werd uitbetaald. Vrijdag 29 mei 1936 werd het fraaie openlucht bad, compleet met strand en theehuis geopend, waarbij de exploitatie in handen kwam van de heer Menger.

Een heet hangijzer vormde het al of niet zwemmen op zondag. De meerderheid van de Raad besloot het gebruik van het bad op die dag te verbieden. Op warme zondagen bleek dit verbod in de praktijk moeilijk te handhaven; weliswaar verschenen dan op bepaalde uren één of twee agenten, maar bevonden de dienaars der wet zich aan de ene zijde van de uitgestrekte vijver dan doken aan de tegenovergestelde kant de zwemliefhebbers in het water. Rap trokken de agenten naar het bedreigde punt terwijl ze op hun verlaten post andere mensen diezelfde gelegenheid gaven. Geleidelijk verslapte de controle en na de oorlog was het verbod voorgoed van de baan.

Een ander groot werk vormde het Openluchttheater, hoewel dit woord door de wereldse strekking toen nog niet gebruikt mocht worden. Het bleef aanvankelijk bij "openlucht vergaderplaats" of ook wel "de Eder kuil". Op de Klinkenberg bevond zich het zandgat van het buurschap Ede-Veldhuizen, waar al sedert 1911 gelegenheid werd gegeven scherp zand te halen à vijftien cent per kar. In de loop der jaren was hier een enorme kuil ontstaan met vrij steile wanden, een pracht speelplaats voor de jeugd. Het bracht de heer Weener, directeur van Gemeentewerken op· het idee deze zandgaten om te toveren in een openluchttheater. Het werk hier was voor de werklozen nog veel zwaarder; nu moesten volgeladen kruiwagens omhoog worden gebracht voor het vormen van de hellingen. Het is een prachtig stuk werk geworden waarbij de omliggende bomen zorgvuldig werden gespaard en in het geheel werden opgenomen. .

Op 1 juli 1936 werd "de Eder kuil" feestelijk geopend; nadat "de Harmonie" het Wilhelmus had gespeeld, hield burgermeester Creutz de openingsrede. Daarna volgde een afwisselend programma verzorgd door de zangvereniging "Excelsior", "de Harmonie", "OMVA" en "Enka's Mannenkoor", die tot besluit gezamenlijk een taptoe lieten horen. De kuil was vrijwel uitverkocht, hoewel niet alle Edenaren, vooral werklozen die dit fraaie object tot stand hadden gebracht, even enthousiast waren. Er is ook nog overwogen om in werkverschaffing de Paasberg te verhogen teneinde nog mooier uitzicht te krijgen, maar deze plannen verdwenen in de ijskast.

Door een plaatselijke crisiscomité werd getracht in het eentonige leven van de werkloze wat afwisseling te brengen. In "Musica" werden ontspanningsmiddagen georganiseerd waar zij konden schaken, dammen of sjoelen onder het genot van een kopje koffie en sigaar. De kosten werden door giften, het geven van concerten en het spelen van voetbalwedstrijden gedekt. Vooral dat laatste onderdeel bleek een succes; in de zomermaanden werden hele cornpetitie's tussen alle mogelijke bedrijfselftallen gespeeld, veelal met medewerking van een plaatselijk muziekkorps. ·

Dat verreweg het merendeel van de deelnemers nooit eerder een bal had aangeraakt, mocht de pret niet drukken; juist daardoor waren de lachsalvo's niet van de lucht. De meeste wedstrijden werden gespeeld op het zanderige veld achter de Watertoren omdat dit het dicht bij het dorp lag waardoor de mensen er gemakkelijker kwamen. Erg in trek waren de ontmoetingen tussen oudere burgers uit het dorp en het buurschap Veldhuizen de z.g. "buikjes elftallen". •

Op maandag 5 juli 1937 bracht een dergelijke wedstrijd, bij een entreeprijs van vijftien cent, een bedrag van f 82,- op, hetgeen de belangstelling wel duidelijk aantoont. De Edese buikjes wonnen met 9-5, zij het onder protest van de Veldhuizer tegenstanders die de dorpers verweten dat zij weliswaar aan de minimum leeftijd, vijftig jaar, voldeden, maar niet allen over een behoorlijke buik beschikten, hetgeen echter werd afgewezen.

Ook de overheid bleek genegen de lasten van de werklozen wat te verminderen. In het begin van de dertiger jaren was de rijwiebelasting uitgevonden; ieder die een fiets bereed, moest duidelijk zichtbaar voorzien zijn van een koperen plaatje dat à f 3,- per jaar aan het postkantoor verkrijgbaar en waarop de letter R.W.B, als mede het jaartal voorkwamen. Voor de werklozen werd nu een gratis rijwielplaatje beschikbaar gesteld waarin, om dit duidelijk aan te tonen, een gaatje was geboord. Het nare was evenwel dat dit plaatje alleen tijdens werkuren mocht worden gebruikt; voor een 's zondags fietstochtje moest de bezitter over een geldig exemplaar beschikken.

Jeugdige werklozen ontvingen geen enkele ondersteuning, tenzij hij kostwinner was. In dat geval bedroeg de uitkering ongeveer zes gulden welk bedrág bij werken in de z.g. "vrijgezellen ploeg" wat hoger lag. Een bekende leuze uit die tijd luidde: "Jong Holland snakt naar werk", maar dat was er niet. Wel werden in verschillende plaatsen werkkampen uit de grond gestampt, zo ook in Ede. Op 1 mei 1935 werd aan de rand van de Ginkelse heide "Het Wijde Veld" geopend waar jeugdige werklozen gedurende een periode van acht weken voor de kost en een zakgeld à f 2,- per week in de bossen konden werken. Er bestond veel animo voor; uit alle delen van ons land kwamen de deelnemers aanzetten, uit de meest verschillende beroepen. In de avonduren werden diverse cursussen gegeven terwijl Edese zang en muziekverenigingen voor de nodige ontspanning zorgden.

Sommige werklozen namen ook zelf initiatief om wat te verdienen; zo herinner ik mij nog hoe Geurt Heij, lid van "de Harmonie" en na de oorlog naar Australië geëmigreerd, met . enkele anderen een straatorkestje oprichtte. Tweemaal in de week, op dinsdag en vrijdag, werd vergunning verleend om in het openbaar muziek te maken en kon men hen in het dorp horen. Het was geen vetpot, maar Geurt redeneerde: ,,Honderd huizen, honderd centen". Het repetoire was vrij beperkt; op elke straathoek werd steevast hun favoriete nummer: ,,de Koekoekwals" gespeeld.

Dit waren maar wat losse notitie's uit de donkere vooroorlogse crisisjaren; een vergelijking met deze tijd is onmogelijk te maken. Maar als u a.s. zomer eens voor een of andere uitvoering in ons onvolprezen openluchttheater Jcomt, denk dan even aan de mensen, die meer dan veertig jaar geleden, dit fraaie geheel tot stand hebben gebracht. -

H.J. Nijenhuis 4-4-1970 Ede Stad