logo_Ede

Ster inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactief
 
Den Haag

Het Brokkenhuis in Den Haag

In de Edesche Courant van 28 november 1931 werd het oprichten van een “Brokkenhuis” gemeld. Het artikeltje luidde:

De installatie van een Crisis-Commissie

Woensdagmiddag had door den burgemeester ten gemeentehuize de installatie plaats van een crisis-commissie, bestaande uit dames die het Bugerlijk Armbestuur zullen bijstaan bij de oprichting van een z.g.n. Brokkenhuis, en die verder hulp verleenen zullen daar waar hulp gewenscht is.

Her Comité bestaat uit de dames Mevr. Bonte, Mevr. Van Voorthuizen, Mevr. Hulsman, Mevr. Overbeek en zuster Lippits voor Ede; Mevr. Baronesse Creutz en Mej. Van Stein Callenfels voor Bennekom; Mevr. Wilbrink en Mevr. Wigman voor Lunteren; Mevr. v.d. Kaaij voor Geld.-Veenendaal en Mevr. Memelink voor Harskamp en Otterlo.

Het voornemen bestaat in de verschillende dorpen der gemeente sub-comité’s op te richten. Het Burgerlijk armbestuur behoudt evenwel de centrale leiding.

De leden van de transport-colonnes van het Roode Kruis zullen uitgenodigd worden zich met het ophalen van goederen te willen belasten.

Duidelijk is dat het hier om dames uit de bovenlaaag van de toenmalige Edese samenleving ging, mevr. Creutz was de echtgenote van burgemeester Baon Creutz, en bijvoorbeeld de dames van Voorhuizen en Bonte waren de wederhelften van een tweetal Edese wethouders.

Even duidelijk is dat de geplande activiteiten van het comité zouden vallen onder de verantwoordelijkheid van het Burgelijk Armbestuur, i.c. dus de gemeente Ede.

De vraag rijst wel wat de transportcolonnes van her Roode Kruis in dit verhaal te zoeken hadden.

Daarvoor moeten we terug naar het antwoord op de vraag wat een “Brokkenhuis” was.

En wat werd er dan bedoeld met “brokken”?

Het Woordenboek der Nederlandsche Taal biedt alleen een indirect antwoord:

"bedelbrok: een brok, door bedelen gekregen of, in ruimer opvatting, een armzalige kleinigheid die men aan de genade van anderen te danken heeft.. (verg. Hoogduis: Bettelbrocken)"

Die verwijzing naar het Duits helpt. Want als we dan via de duitstalige versie van Google (Google.de) naar “Brockenhaus” zoeken, vinden we, vertaald, deze uitleg:

“de aanduiding ‘brokkenhuis’ gaat terug op het bijbelcitaat in het boek Johannus 6 vers 12, over de spijziging van de vijfduizend mensen, waar Jezus zijn discipelen voorhield: verzamelt de overgebleven brokken, zodat niets verloren gaat”.

Assen

Het Brokkenhuis in Assen

Een Duits theoloog, Friedrich von Bodelschwing, opende in 1872 een tehuis voor lijders aan epilepsie, annex een verzamel- en verkoopplaats voor gebruikte artikelen. De opbrengsten gebruikte hij voor zijn inrichting . Hij noemde zijn onderneming, in navolging van het Bijbelwoord, een “Brockenhaus”.

In overdrachtelijke zin, gaf deze theoloog, zoals een goed theoloog betaamt, een bredere invuling van het woord uit de Bijbel:  gooi gebruikte, maar nog bruikbare zaken niet weg, maar verzamel ze, zodat ze niet als afval verloren gaan, maar zinvol hergebruikt kunnen worden. Dat daar ook geld mee verdiend kon worden spreekt het Bijbelwoord niet over, overigens.

Een “brokkenhuis” is dus in feite een voorloper van de kringloopwinkels uit onze dagen.  De kringloopwinkels hadden oorspronkelijk niet een zo duidelijk sociale opzet, maar werden door gemeentes wel al snel ingeschakeld als werkgelegenheid voor mensen die elders moeilijk aan de bak konden komen. En ook daar zien we een parallel, want de duitse filantroop J. Müller gebruikte al rond 1990 het concept van het  “Brockenhaus” om mensen aan werk te helpen.

Er waren overal in het land initiatieven voor een “brokkenhuis”. Toch is er weinig van terug te vinden. Ook Delpher biedt maar weinig hulp.

Enrzijds kan dat komen omdat een zo duidelijk germanisme in het interbellum niet echt werd omarmd, anderzijds ook was de praktisch invulling van het comcept waarschijnlijk moeilijk vorm te geven. Mensen in de crisis hadden té weinig te besteden, zelfs de lage prijzen van een brokkenhuis vormden al gauw een te grote drempel.

Het zou een oplossing geweest zijn om de ingezamelde artikelen gratis aan behoeftigen uit te delen, maar dat was niet toegestaan, omdat  de lokale winkeliers daar oneerlijke concurrentie in zagen.

En daar ligt waarschijnlijk mede een reden van het al spoedig weer verdwijnen van het brokkenhuis. Als je toch moest betalen voor huisraad of kleding, kon je beter proberen via relaties wat te regelen.

‘t Bespaarde je bovendien de, ondanks de goede bedoelingen, toch wat vernederende gang naar het brokkenhuis  Bovendien was het Burgelijk Armbestuur, waar het Brokkenhuis onder viel, nogal snel geneigd een uitkering wegens neveninkomsten te korten. En ook het kopen van gebruikte goederen kon daar aanleiding voor zijn. Want dan was de uitkering, bedoeld voor de directe kosten van levensonderhoud, kennelijk ruim genoeg om ook niet direct noodzakelijke zaken uit te betalen.

Maar er waren ook, zoals uit de schaarse bronnen blijkt, andere problemen. De huisvesting kostte geld, en als de opbrengsten te laag waren werdd betalen van huur, verlichting en verwarming al snel een probleem.

Van het Edese brokkenhuis is dan ook, behoudens dit ene artikeltje over de oprichting, niets terug te vinden. Waarschijnlijk is het initiatief, net als elders al snel een zachte dood gestorven.

Het woord "brokkenhuis" is dan ook onvoldoende “ingeburgerd” om (bijvoorbeeld) in het Woordenboek der Nederlandse Taal) een plek te krijgen.

Ook in Duitsland is het begrip snel uit het zicht verdwenen. Niet echter in Zwitserland, waar tal van organisaties nog tweedehands goederen in winkels verkopen onder de term “Brockenhaus”of “Brockenstube”. Of ook: “Brocki”.

leiden

Een oproep van het Leidse Brokkenhuis

Overigens is “Brocante” het franse woord voor  “Brockenhaus”. Daar zal de tweetaligheid van Zitserland wel in doorklinken.

Veel kringloopwinkels in Nederland zijn commercieel van opzet, al of niet als nevenactiviteit. Daarnaast zij er de door de overheid gesubsidieerde winkels, die vooral gebruikt worden ter reïntergratie van werkzoekenden. De meeste kringloopwinkels echter, veelal religieus geïnspireerd, zijn nog steeds gericht op vermijden van verspilling door hergebruik van nog goed bruikbare goederen. Door deze te verkopen tegen redelijke prijzen wordt zo geld gegenereerd voor de goede doelen van de organisatie. Grote spelers zijn Emmaüs en het Leger des Heils.

En die transportcolonnes van het Leger des Heils dan? Wel, die moesten de aangeboden goederen bij de aanbieders ophalen en naar het Brokkenhuis brengen. Ook vandaag de dag halen de grotere kringlooporganisaties nog steeds goederen aan huis op. Maar het Rode Kruis rijdt alleen nog voor zichzelf.

Jan Kijlstra 17/07/2017