logo_Ede

Gebruikerswaardering: 5 / 5

Ster actiefSter actiefSter actiefSter actiefSter actief
 

POLEN OP DE LANGENBERG

Polen op Langenberg 2

Bovenstaande foto is gemaakt op 10 mei 1940, de dag dat het Duitse leger Nederland binnenviel en waarmee de Tweede Wereldoorlog ook in Nederland een feit werd. Het verhaal is bekend: het Nederlandse leger had een groep mannen gevangen genomen. Men dacht dat dit leden van de Vijfde Kolonne waren, vermomde Duitsers die als spion werden ingezet. Die gedachte was begrijpelijk. Onzekerheid gepaard met angst leidt snel tot geruchten en onbewezen aannames.

Onder andere in het boek “Ede in wapenrok” van Evert van de Weerd en Gerjan Crebolder wordt het verhaal van deze groep vrij uitvoerig verteld. Niemand weet wat er met deze mensen precies is gebeurd. De auteurs van het boek schrijven: “met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid zijn deze 'Polen' door Nederlandse troepen in Culemborg gefusilleerd en begraven in natuurgebied 'Het Rondeel' ". Een verdere speculatie zou kunnen zijn dat het genoemde “Rondeel”, vanouds onderdeel van de vestingwerken van Culemborg, in die dagen (nog) militair terrein was, waar dan inderdaad een dergelijke massaexecutie annex begrafenis zou kunnen hebben plaatsgevonden.

Hoe dan ook, op het moment van de foto bevond de groep zich op het terrein van het hotel-pension De Langenberg, tegenwoordig een bekend pannenkoekenrestaurant, toen en nu gelegen aan de uiterste oostkant van Ede, nabij de aansluiting op de N224. Op 10 mei 1940 de commandopost van het vierde regiment Huzaren. In het boek lezen we dat de groep vlak bij Ede is aangehouden, 'bij de bosrand van de Sysselt'. Er is direct een verhoor afgenomen. Er was echter een probleem, van deze mensen konden slechts enkelen zich in gebrekkig Duits verstaanbaar maken. En daaruit werd opgemaakt dat ze Polen waren, die gevlucht waren uit (krijgs-)gevangenschap. En dat ze naar Engeland wilden.

Deze gebeurtenis hebben de auteurs teruggevonden in de militaire archieven, waarin vermeld wordt: 'Bij 1-4 RH (het 1e eskadron van het 4e regiment Huzaren) zijn langs de spoorweg een 30-tal personen gekomen, die zich uitgaven voor uit Duitsland gevluchte personen , die via Utrecht naar Engeland wilden. Zij zijn onder geleide doorgezonden'.

Dat doorzenden was dus tot aan de plek op de foto, bij De Langenberg. Want uit hetzelfde verslag in het militaire archief, citeren de auteurs, daarover: '...Kpl + 1 man begeleiden hen richting Ede.' Op de foto zien we veel meer Nederlandse militairen dan alleen een korporaal plus soldaat. Bovendien lijkt het erop dat de groep in gelid wordt gezet om afgemarcheerd te worden. Onder een flinke militaire begeleiding, ditmaal.

Even verderop lezen we dan dat de groep Kernhem passeert, Het regiment Huzaren had stellingen ter hoogte van Kernhem betrokken, om rijksweg 224 te kunnen dekken. En de commandant had de groep, die in een hoog tempo onderweg was naar het westen, Duits horen praten. Dat is vreemd, omdat in eerdere verslagen te lezen valt dat slechts enkelen uit de groep gebrekkig Duits spraken. En als Polen zullen ze onderling toch zeker Pools gesproken hebben. Maar we weten ook niets van de talenkennis van die commandant van de huzaren. En er waren ook nogal wat Polen die Duitse wortels hadden. In elk geval kon de groep de stelling passeren, en dat kon alleen als daar door het leger toestemming voor was gegeven. Vanaf dat moment is in de officiële stukken niets meer terug te vinden, al leveren de schrijvers van het boek dus nog een zeer aannemelijk vervolg.

Maar wat is er nu gebeurd tussen het moment van de foto, het afmarcheren vanaf De Langenberg, en het passeren, door de groep, van de stelling bij Kernhem. Recent is daar wat meer over boven tafel gekomen. Achter het toenmalige Edese gemeentehuis aan de Not. Fischerstraat stond, aan wat 'het politiesteegje' heette, het politiebureau. Tussen de binnnenplaats van het politiebureau en de tuin van de naastgelegen Spaarbank voor Ede en het gemeentehuis stond een muur. Tussen het gemeentehuis en de Spaarbank stond een laag hek. In het Spaarbankgebouw woonde de familie Boeve. Vader Boeve was begrafenisondernemer, en werkte ook als conciërge in het pand van de Spaarbank. Het gezin Boeve woonde in het Spaarbank- gebouw.

Wim Boeve, zoon van de begrafenisondernemer, vertelde mij dat hij en zijn broer -in 1940 opgroeiende jongens- op een zeker moment een hoop gepraat achter de muur hoorden, bij het politiebureau. En dat er zeker niét zachtjes werd gesproken, maar dat ze er desondanks geen woord van konden verstaan. Nieuwsgierig als ze waren, loerden ze over de muur, en daar hebben zij de toen de Polen gezien. Die waren door het Nederlandse leger aan de Edese politie overgedragen. Dat is goed te begrijpen, er waren kennelijk geen of onvoldoende aanwijzingen dat het al of niet vermomde Duitse militairen waren. Dus werden ze overgedragen aan de gemeentepolitie. Die daarmee opgezadeld werd met een lastig probleem. 't Waren ongetwijfeld buitenlanders, zonder papieren. Die zou je moeten opsluiten, in afwachting van verdere stappen. Maar op zo'n grote groep was de celruimte van het Edese politiebureau bij lange na niet berekend. En doorsturen dan? Waarheen? 't Was oorlog, de Duitsers kwamen eraan.

De politie moest natuurlijk ook, en in de eerste plaats, de burgerij van Ede beschermen, en de orde handhaven. Goede raad zal duur geweest zijn. Wim Boeve vertelde welke oplossing gevonden werd: men liet de groep Polen gewoon weer vertrekken. Naar het westen. Dat moet gebeurd zijn na overleg met de militairen, want anders hadden ze nooit langs de stelling bij Kernhem kunnen komen, en waren ze ook nooit door de Grebbelinie bij De Klomp, ten westen van Ede, geraakt.

Aannemelijk is dat de groep, in afwachting van de resultaten van het overleg, tijdelijk onder toezicht van de Edese politie was geplaatst. En dat kon het beste op het politiebureau, met een afgesloten binnenplaats. En zo kwam het dus dat de commandant van de huzaren in de stelling bij Kernhem op enig moment de groep langs hoorde trekken, op weg naar het westen.

Dat de groep, als ze Polen waren, op weg was naar Engeland is zeer aannemelijk. Na het uitbreken van de oorlog in hun land hebben heel veel Polen geprobeerd naar Engeland te ontkomen, met het doel om later terug te keren om hun land te (helpen) bevrijden. Zo'n 400.000 Poolse soldaten hebben in WO 2 tegen de Duitsers gevochten. Met als lijfspreuk: 'Voor uw vrijheid, en de onze'. In onze regio hebben de roemruchte “airbornes” van generaal Sosabowski (tijdens en na Market Garden) laten zien dat het hun ernst was. En dat de Polen ook Breda bevrijd hebben is vandaag de dag nog terug te vinden in de Burgerlijke Stand van die stad. Of in het telefoonboek. Want daar stokte hun opmars. En heel wat Poolse bevrijders bleken ook verleiders, werden verliefd, en trouwden.

De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat er heel wat kleine Brabanders met Poolse genen bijzonder snel na de huwelijksdatum het levenslicht zagen. Al was niet alleen bij de Polen het geval. Maar ja, die konden niet emigreren. Want ze moesten wel hier blijven. Omdat ze, in tegenstelling tot bijvoorbeeld de Canadese bevrijders, niet terug kónden naar hun land. Want hun Polen, waar ze zo hard voor gevochten hadden, was achter “het IJzeren Gordijn” terecht gekomen. De Russen, en de communistische “heilsleer” zorgden er voor dat van een vrij Polen, hún vrije Polen, niets terecht kwam. Daar hebben ze tot 1987 op moeten wachten! Toen viel de Muur, en ging de grens weer open.

 

Polen wapen