Hits: 2280

Gebruikerswaardering: 5 / 5

Ster actiefSter actiefSter actiefSter actiefSter actief
 

Jac. Gazenbeek was een groot kenner van de Veluwe, met veel belangstelling voor geschiedenis. Hij was ook en folklorist. 

Hij heeft veel geschreven, was een uitstekend fotograaf maar maakte ook fraaie houtsnedes.

Via Delpher kwam ook onderstaand artikel naar boven. 't Is een fraaie illustratie van de schrijfstijl van Gazenbeek, maar vooral ook een mooi, nostalgisch verhaal over het oude Ede

torenstraat

De Torenstraat in Ede ano 1936. Houtsnede van Jac Gazenbeek

OVER OUDE DORPSHUIZEN 

Er zijn nog maar weinig dorpen in ons land (misschien enkele in Drenthe, Brabant en Limburg), waar de oude, landelijke sfeer der buur(boer)schap, hare uitdrukking o.a. vindend in den vormen en de groepeering der huizen, niet verjaagd werd of aangetast door de brutale nieuwbouw van woningen met monsterlijke, gebroken kappen, huizen-met-erkers, onmogelijke spitsen , bijna pijlvormige daken, enz.

Zoo hier en daar tusschen de nieuwe exemplaren, producten van een bouwmanier, die zich vèr verheven waant boven het eerlijke, landelijke ambacht van voorheen, vinden we dan nog, stil en verdoken, de eenvoudige, zuivere boeren- of dagloonerswoning.

Ze ligt er zonder eenige pretentie met de lage, verweerde grondmuren, den rieten daken of de donkere pannen en zij verrast ons met haar goede, rustige verhoudingen, haar juiste gevelindeeling en haar simpelheid, die nergens bedorven wordt door zinlooze versieringen. En we beseffen, dat de boerennarchitect, die deze saksische hallehuizen (het oorspronkelijke type natuurlijk meer of min gewijzigd in den loop der eeuwen) daar deed neerzetten, wat goeden smaak en gevoel voor verhoudingen aangaat vèr uitsteekt boven de vele ontwerpers en bouwers van de laatste jaren, die de landelijk bouwkunst zoo radicaal den das zouden omdoen.

Gelukkig zijn er teekenen die er op wijzen dat, hoewel aarzelend, een kentering ten goede op komst is en zoo zien wij dat, op het gebied van boerderijenbouw nu en dan reeds een stijl wordt toepgepast welke, rekening houdend met moderne hygiëne en comfort, tòch voel zuiverder is in hare opvattingen.

Intusschen is er veel voor immer bedorven, verloren gegaan, en wanneer wij als uitgangspunt voor onze weinig optimistische overwegingen ons bepalen tot het dorp, waar wij sinds vele jaren wonen, moet het ons van het hart dat er weinig piëteit betracht is tegenover de mooie en karakteristieke hoekjes, die bezijden de hoofdwegen nog lang intact bleven.

Daar ligt rondom de eeuwenheugende Hervormde Kerk - eenmaal gewijd aan Sinte Johannes Baptiste - het oudste gedeelte van het dorp, en de beide smalle doorgangen Torenstraat en Driehoek hebben heel wat van hun schilderachtig schoon ingeboet.

In de Torenstraat hebben we nog het doorkijkje naar den robuustcn toren, en rust het oog aan den rechterkant op de achterziide van een oeroude Saksische boerderij (z.g. Halle-dwarshuis). Omstreeks veertig jaren geleden was daar aan den voet van den toren de boerderij nog in vol bedrijf, - het dorp was toen klein en gelukkig met zichzelf -, de koeien werden zoo maar over de dorpsstraat gedreven en verder door de Torenstraat naar de Veldhuixer weiden.

Als de zon in het Zuidwesten staat kan die oude Torenstraat nog van een verrasscnd clair-obscuur zijn en hoopt men van harte, dat geen niets-ontziendc hand te eeniger lijd zich hieraan moge vergrijpen.

Wanneer wij ons richten naar den Driehoek vinden we onmiddelijk achter de Herv. Kerk, N.O.-zijde, nog een oud woningencomplex, de z.g. Ark.

driehoek

"Vroeger lag in dezen Driehoek een schilderachtige huizengroep" (Naar een aquarel van Willem Witsen

Plm. 30 jaren geleden nog was dezen schilderacbtige huizengroep, waarvan er ten huidigan dage geen meer over is, nog intact. De huizen waren alle van het goede Saksische type, ze hadden alle de fraaie dakschilden en de kleine vensterruiten.

Zooals Willem Witsen ze indertijd schilderde wàren ze. 8ijna fotografisch nauwkeurig bracht de kunstenaar dit geval in beeld en de wintersche sfeer geeft aan deze kostelijke, vermaarde aquarel (evenals die van huizen in "de Boschpoort" in het gelukkige bezit van den heer Nestelroy te Amsterdam) een buitengewone charme, en getuikt van meesterlijk visie.

Niets is er van deze Driehoek-huizcn overgebleven, niets dan een klein, merkwaardig gevelsteentje, dat in een der nieuw-opgetrokken woningen werd ingemetseld on aldus bewaard.

Was het, vragen wij ons wel eens af, hier niet mogelijk geweest althans ièts te doen om een herinnering aan het oude boerendorp levendig te houden? Was het niet mogelijk geweest op zijn minst die fraaie gevels intact te laten, en de vertrekken daarachter (welke inderdaad bouwvallig werden) weer bewoonbaar te maken?

We geloovcn stellig dat het mogelijk was geweest bij goeden wil en samenwerking. Doch - het is thans te laat.

Waarom wij er da toch op terugkomen? Voornamelijk opdat men zich in de toekomst meer rekenschap moge geven van wat er bij dergelijkc afbraken verloren kan gaan. Er zijn nù nog mooie, oude huizen, zeer merkwaardige huizen zelfs, en het gebeurde in den Driehoek moge te dezen opzichte als waarschuwing dienen.

Daarenboven is het· goed, neen: noodzakelijk deze dingen aan de openbaarheid prijs te geven, want niet alleen in Ede maar ook elders zullen de gevaren voorloopig nog wel blijven dreigen en dan is het goed te welen, waar men gelijke gezindheid en sympathie kan treffen.

Wij moeten wakker zijn, en actief, steeds gereed te mobiliseercn, zoodra de ondergang van een merkwaardig huis, een oude molen, een karakteristiek landschap, een groeiplaats van zeldzame planten dreigt. Laten we dan maar de voorstanders van ontginningen, de directeuren van werkverschaffingen c.s. tegen ons in het harnas jagen. Er is genoeg, veel
te véél bedorven: schilderachtige stegen, beken, dijken, vennen .... Op tal van plaatsen zien we de liniaalrechte uitkomsten en. . . . nog is het einde niet daar .... Steeds gaat het maar door.

In den ouden Driehoek te Ede, even terzijde van den weg, is nog één perceel gespaard gebleven: no. 24. Daar woont de familie Hendriksen (broer en zuster), en treffen we nog het ouderwetsche binnenhuis aan: de ruime, schemerige deel, waar de koe in den stal staat, het hooi op den balk ligt en de kat ons vanaf den hild zit aan te staren met filosofische kalmte. En binnen - daar brandt nog het open houtvuur, daar kan men "op d'n heerd" zitten!

heerd

"Op den heerd"- Driehoek 24 Ese - Foto: Jac Gazebeek De Torenstraat in Ede ano 1936. Houtsnede van Jac Gazenbeek

Wij zijn er meestal zoo in den winter eens te gast, en het ons een zeldzaam genot te kijken naar het spel der roode vlammen, te luisteren naar het geknap der houtblokken en naar het geraas van het vatter, dat in den grooten ketel aan de kook komt.

Hoe plezierig drinken we daar gezamenlijk koffie, terwijl de warmte ons fel-prikkelend tegen de beenen slaat, en de vonken als snelle meteoren de wijde schouw in jagen, waar do worsten, de hammen en de zijden spek in den rook hangen, en de wind geheimzinnige, stommelende geluiden maakt.

Nu en dan valt er een pekeldroppel uit den schoorsteen en verdampt sissend in het helsch-gloeiende vuur, de kat zit te spinncn bij Woutje op schoot en de oude keeshond staat op, rekt zich en zoekt een plaatsje wat verder van de stralende hitte. We praten over vroeger en nu, en luisteren naar de verhalen, die Gerrît ten beste geeft over strooperjj
en spoken, over dorpsbranden en strenge winters.

Het vuur brandt Iangzamerhand uit, schaduwen rekken en waggelen grotesk langs den gewitten wand, we zijn met onze gedachten vèr weg, tot... Woutje met een zucht een eind maakt aan de stilte.

Zjj werpt nieuwen voorraad op den heerd en als het vuur even schijnt te kwijnen, grijze rook traag optrekt, neemt ze de lange blaaspijp in beide handen en zet er haar lippen aan. Dan begint het weer overal te gloeien en te gonzen, te knappen en te knetteren en slaan weldra de gele, kleine vlammen uit.

Wc drinken een nieuwe kop koffie, het vuur verpreidt wederom zijn warmte en licht, de schaduwen krimpen en wijken naar de hoeken, een gravure aan den muur glanst met roode weerschijnen en onverstoord gaat de korte stap van de staartklok door den tijd ...

Driehoek no. 24 is een zeldzaamheid en dat wij anno 1936 dit binnenhuis, midden in het dorp, nog intact vinden, bewoond door menschen die er tevreden leven, het mag wel een groot wonder genaamd worden. Hopen wij, dat het nog lang zoo moge blijven! Een weldaad voor het oog, herinnering aan het verleden, maar ook een stille waarschuwing aan ons.

De reproductie van Witsen's andere aquarel, voorstellende dorpshuizen in de "Boschpoorf" (Ede) geefl eveneens een suggestief beeld van den winter niet alleen, maar ook van de eenvoudige exemplaren der boerenbouwkunst, die eertijds zoowel in de dorpscentra als daarbuiten te vinden waren,

ardk

Oude huizen in "De Boschpoort", naar een aquarel van Willem Witsen

Deze huizen zijn ook al verdwenen en hebben plaats moeten mak en voor weinig minder dan wanstaltige bouwsels, waarin sindsdien winkels gevestigd werden,

Tegenover al dit verlies, willen wij hier tenslolic releveeren, dat een honderd passen uit het hart van den Driehoek een oud arbeidershuisje door den eigenaar (Ettikhoven) werd hersteld en opgeknapt.

Het geveltje werd helder wit gesaust, en uitstekend doet dit simpele geval aan. Dat de eigenaar doelbewust handelde en de waarde van zijn daad besefte, bewijst ons het bordje, dat onopvallend werd aangebracht en waarop te lezen staaf: "Oud Ede".

Het gebeurde is verheugend, omdat geen enkele aandrang van huiten af in hot spel is geweest en wij mogen het daarom onzes inziens wèl even vermelden, hoè onbelangrijk vele nuchterlingen zulks intusschen zullen achten. Wij zijn blij, dankbaar, met zuJke "kleinigheden".

Jac Gazenbeek, "De Wandelaar" 1 februari 1936