logo_Ede

Ster inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactief
 

Militairen

In de vooroorlogse jaren had het Garnizoen een belangrijke plaats in ons dorpsleven. In die dagen trok de Infanterie verschillende malen per week door het dorp op weg naar de oefenterreinen. Soms, vooral tijdens herhalingsoefeningen, met een muziekkorps aan het hoofd. Dat betekende een compleet feest; de jeugd, begeleid door slagers- en kruideniersjongens op hun transportfietsen, liepen een eindweegs mee, terwijl de dienstmeisjes hun werk staakten om de stoere landsverdedigers op hun gemak te bekijken.

Toch stond indertijd, toen bekend werd dat Ede een garnizoensplaats zou worden, het merendeel van de Edenaren niet van ongeduld te trappelen om de militairen binnen te halen . Soldaten bezaten geen al te beste naam, waarschijnlijk een overblijfsel uit het verre verleden, toen een leger grotendeels uit huurlingen bestond.

Garnizoensplaats

Bezorgde huisvaders zagen de onschuld van hun opgroeiende dochters belaagd, terwijl weer anderen meenden dat het met de landelijke rust van onze omgeving voor goed gedaan zou zijn. Het "Welkom" boven een ereboog bij hotel "Welgelegen", bij de komst van het garnizoen op 1 mei 1906, was dan ook vrijwel het enige teken van medeleven dat de burgerij kon opbrengen. Het gemeentebestuur met burgemeester jhr. mr. D. J. A. A. Lawick van Pabst aan het hoofd, liet zich echter niet onbetuigd. Na een mars door het dorp werden alle officieren uitgenodigd de gast te willen zijn van de sociëteit "Tot Gezellig Onderhoud" in hotel "Het Hof van Gelderland", terwijl aan onderofficieren, korporaals en manschappen bij "De Posthoorn" een glas bier en drie sigaren werden aangeboden.

De dienstplichtige soldaat van die tijd had het niet gemakkelijk; van de soldij - toen tot twaalf cent per dag- konden geen bokkesprongen worden gemaakt, al kon men voor één zo'n muntstuk wel twee "Piraat"-sigaretten kopen. Het dragen van het zware, stijve uniform met hoge kraag, die bijkans de keel dichtkneep, betekende vooral bij zomerdag een marteling. Daarbij kwam, althans voor de infanterist, het soms urenlang marcheren met volledige bepakking.
Ondanks aanvankelijke tegenzin werd "Jan Soldaat" toch al vrij gauw in de dorpsgemeenschap opgenomen. Ook een deel van het jeugdig vrouwelijk geslacht toonde belangstelling, vooral een buitenmodel uniform bezat aantrekkingskracht. Maar zij lieten zich niet de kaas van het brood eten, hetgeen het volgende voorval bewijst.

Verkering

Een Edese schone had verkering aangeknoopt met een korporaal, die juist in deze periode tot sergeant werd bevorderd. Toch stimuleerde deze promotie niet, integendeel, de verkering raakte uit, waarop het meisje connecties kreeg met een doodgewone soldaat, zulks tot grote ergenis van de sergeant.

Op een avond, toen beide elkaar passeerden en de soldaat vergat te groeten, zag hij zijn kans schoon. Hij riep de recruut terug, foeterde hem uit in alle toonaarden - men kende destijds in het leger nog een behoorlijk aantal krachttermen - en liet hem daarna model salueren.

De jongen vertelde de gebeurtenis aan het meisje, dat voorstelde: "wij lopen samen de Stationsweg over, en als we hem tegenkomen groet je weer niet. Zul je wat beleven". Het klopte: de sergeant kwam hen tegemoet en het paartje liep hem straal voorbij. Prompt klonk het "Kun jij niet groeten?".

Waarop het meisje naar voren trad en fel zei: "Groeten voor die strepen van jou? Ze zijn niet eens je eigendom, maar behoren mij". De sergeant kroop in zijn schulp; inderdaad, de tekens van zijn rang, en het aanbrengen daarvan, totale kosten vier gulden, had het meisje hem indertijd voorgeschoten en hij had nooit terugbetaald. Beschaamd droop de onderofficier af, uitgelachen door het paar.

H. J. Nijenhuis, Edes Nieuwsblad 27/10/1982