Afdrukken
Hits: 2179
Ster inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactief
 

Ee-Stad 10-08-1983

Nu binnenkort de zeven en twintigste Heideweek van start gaat, is het wel aardig even terug te zien naar het begin van deze feestweken. Het was in 1935 dat de toenmalige voorzitter van VVV, de heer G. J. Smits op het idee kwam de laatste week van augustus een Heideweek te organiseren teneinde de prachtige natuurgebieden in onze omgeving landelijk meer bekendheid te geven en daardoor het toerisme naar deze streken te bevorderen. Eigenlijk, midden in de beruchte crisisjaren, vooral financieel gezien, een gewaagd plan dat slechts kon slagen met volledige medewerking van de burgerij. Het bleek evenwel een schot in de roos; de overgrote meerderheid van de Edese bevolking, alleen maar gewend aan de jaarlijkse nationale feestdag op 31 augustus, toonde zich dadelijk bijzonder enthousiast.

Vrijwel alle plaatselijke verenigingen op alle mogelijke terreinen, zegden spontaan hun belangeloze medewerking toe. Reeds weken tevoren ontstond al een feestroes bij het versieren van straten en wijken waarvoor karrenvrachten bloeiende hei, destijds nog volop aanwezig, gemaaid werden. Geen enkele buurt wilde achterblijven terwijl veel tuinen en gevels van verlichting werden voorzien. Nog nooit was Ede zo fraai versierd als die 25em augustus 1935; zolang de regeerperiode van H.M. Koningin Wilhelmina heeft geduurd, begon de Heideweek, uitgezonderd op zondag, op genoemde datum, om op 31 augustus d.a.v. te worden gesloten.

HOOGTEPUNTEN

Het programma van vooroorlogse Heideweken kende vaste hoogtepunten; de opening met de daarbij gepaard gaande intocht, een groots opgezet openluchtspel, opgevoerd door Edese amateurtoneelverenigingen, bloemencorso, concours-hippique dankzij de medewerking van de Edese Onderofficieren Jachtverereniging, terwijl een dag voor kinderspelen en optochten werd uitgetrokken. Ten behoeve van pensiongasten, en die kwamen uit alle delen van het land, werd een aantal wandel en fietstochten uitgezet. Voor de slotdag, 31 augustus, werd in samenwerking met het comité "Nationale Feestdagen", een speciaal programma opgesteld met als klapstuk een groot vuurwerk op de Kanovijver.

Zodra de schemering viel werd de verlichting van straten, tuinen en erebogen ontstoken, een feeëriek schouwspel dat duizenden bezoekers uit de wijde omgeving trok. In de versierde straten werd dan door vreemdeling en inwoners uitbundig feest gevierd. Of men nu in de Bunschoten, Bospoort, Telefoonweg, Markt, Maandereind of het Parkkwam, overal was het raak. Onder de tonen van vrolijke muziek werd er gehost en gedanst tot in de kleine uurtjes, waarbij zich geen wanklank voordeed. Zonder andere straten of wijken tekort te doen, bevond zich het centrum van al dat feestgedruis in een stukje straat dat nu het beste is aan te duiden als een gedeelte Molenstraat vanaf de kruising Grotestraat tot Not. Fischerstraat. Dit gedeelte, toen nog erg smal met bescheiden winkeltjes en woonhuizen, nog een echt stukje oud Ede, kreeq al gauw de naam van "Lord v. Wijhestraat", vernoemd naar de gangmaker van alle festiviteiten die zich daar afspeelden, een betiteling die zich , zij het onofficieel, jarenlang heeft gehandhaafd.

LORD VAN WIJHE

lordvanwijhe

Gerrit, zoon van de timmerman H. v. Wijhe dreef hier, samen met zijn zuster Jans, een 'galanterie annex speelgoedzaak. Gerrit was een populair man in het dorp, door iedereen "Lord" genoemd, een naam die hij van een paar jaar verblijf in Amsterdam had overgehouden. In de hoofdstad had hij gewerkt bij toneel en cabaretgezelschappen maar slaagde blijkbaar niet volledig door te breken want hij keerde al gauw naar de potten en pannetjes in Ede terug. Toch bezat Lord bepaalde artistieke gaven; samen met de destijds ook al zeer bekende Joh. Plooy, verzorgde hij in 1936, ter gelegenheid van het veertigjarig bestaan van de gymnastiekverenigng "Sparta" de revue "Dat maken we wel", die avonden lang volle zalen trok. Ook speelde Lord de hoofdrol in het openluchtspel van de Heideweek 1937, "Circus Petrowitsch", waar hij als clown een onvergetelijke indruk naliet.

Wij noemden zoëven de naam Plooy, ook al een man die zich bij al het plaatselijk gebeuren enorm actief toonde. Voor diverse Heideweken zijn heel wat liedjes gemaakt, maar hij bracht in 1937 een meezinger die geweldig insloeg. Het was geïnspireerd op het toen alom bekende Jamboreelied, het grote wereld-padvindersfeest dat die zomer in Vogelenzang was gehouden. Voor de aardigheid volgt hier het eerste couplet.

"Je hebt het kunnen lezen, in Ede moet je wezen,
De heide bloeit, het dorp is versierd.
Je hoort van alle kanten en leest het in de kranten.
Hoe of men hier het feest der heide viert.
Heel Nederland komt op bezoek, wij zijn een groot gezin.
En allemaal de gasten van de Heidekoningin".

Maar om op Lord terug te komen, elke Heideweekavond wist hij in zijn straatje een ander feest te organiseren, daarbij geestdriftig geholpen door de gehele buurt. Zijn fantasie bleek onuitputtelijk: hij zette een boerenbruiloft op touw met alle deelnemers in Veluwse klederdracht. In optocht ging het dan naar het nabij gelegen gemeentehuis aan de Not. Fischerstr. waar het huwelijk, onder de nodige hilariteit werd voltrokken. Midden op straat werden uitgebreide stoelendansen gehouden, om de volgende avond met een carnavalsoptocht voor de dag te komen. En altijd wist Lord voor een aantal muzikanten te zorgen die er op los beukten tussen de aaneengesloten bebouwing dat horen en zien verging. Vooral de opgeschoten jeugd leefde zich hier volop uit, al werd het normale leefpatroon van heel wat Edese gezinnen danig in de war gebracht. "Tien uur binnen", luidde het parool in die jaren maar tijdens een Heideweek bleek deze regel niet te handhaven. Geen wonder dat hier en daar gesproken werd van een "Heidenen-week".

Ook de eerste naoorlogse Heideweken was er in het Lord v. Wijhe-straatje nog volop bedrijvigheid, tot er in 1955 een abrupt einde aan kwam. Een jaar daarvoor was de veertiende Heideweek, onder hel motto 'Ede negenhonderd jaar", een leuze die moeilijk te bewijzen was, nog enthousiast gevierd. Genoemd jaar, 1955, ontstonden er echter moeilijkheden omtrent subsidie en programma tussen het uitvoerend comité en het gemeentebestuur. Ten gevolge daarvan besloot het bestuur van deVVV dat jaar geen Heideweek te organiseren, maar bepaalde zich tot een z.g. toeristenweek met schapenmarkt, demonstratie's oude ambachten, kinderoptocht en concerten.

Ook het feest in het Lord v. Wijhe-straatje kon niet doorgaan, hetgeen vooral Lord danig dwars zat. Hij redeneerde; als er geen Heideweek gehouden wordt, is ook de Heidekoningin overbodig, die kan gevoeglijk begraven worden. Het plan werd met een aantal leden van "De Harmonie" nader uitgewerkt en zo trok op de avond van 19 augustus 1955 een droeve stoet door de Edese straten. Voorop, in stemmig zwart met hoge hoed de muzikanten gevolgd door een koets waarin een Edese schone die voor één avond tot Heidekoningin was gebombardeerd en daarachter vrijwel alle bewoners van het straatje in passende kleding. In langzame statige pas, waarbij de muziek o.a. "op de grote stille heide" speelde trok men via Not. Fischerstraat en vroegere Bospoortstraat naar het centrum, waar op de markt de stoet werd ontbonden.

Nadien bewoog Lord zich minder in het openbare leven maar bepaalde zich tot de winkel, tot de huizen onder slopershanden vielen. Lord van Wijhe was bekend in het gehele dorp, maar lang niet iedereen was op dem hoogte van zijn, ondanks alle babbels, sociale bewogenheid. In de crisistIjd heeft hij heel wat behoeftige mensen geholpen, terwijl in de daarop volgende oorlogsjaren verschillende gestrande geallieerde piloten en parachutisten bij hem voor korte of langere tijd een veilig onderdak vonden. Het Lord v. Wijhe-straatje is niet meer, maar elke oudere Edenaar herinnert zich de man achter deze naam, de stimulator van vroegere Heideweken.

De spontane dorpsfeesten zijn verdwenen, Ede is er te groot voor geworden, maar ondanks de gewijzigde omstandigheden zijn we overtuigd dat ook de Heldeweek 1983 een succes zal worden.

H. J. Nljenhuls

Toevoeging: de Heidekoningin op de "begrafenis" was Henriëtte van Zoelen, destijds het eerste en enige vrouwelijke lid van de Harmonie v/h Edesch Fanfarekorps (JK)